decoration-one loader
decoration-one
Tekst
Filemon Wesselink
Datum

Column Filemon: De Ster van Bessèges

Filemon Wesselink is vaste columnist bij Wieler Revue. Deze column verscheen in Wieler Revue 2, 2015.

Na drie jaar glitter en glamour in de Tour de France wilde ik de andere kant van de profwielrennerij wel eens zien. In de uithoeken van de wielerkalender vind je de Étoile de Bessèges, een wielerwedstrijd die begin februari rondom het dorpje Bessèges wordt verreden. We hebben het over Zuid-Frankrijk, Languedoc-Roussillon om een klein beetje preciezer te zijn. Ik besloot het vliegtuig te nemen om dat eens van dichtbij mee te maken.

Ik had netjes een accreditatie aangevraagd en die moest ik ophalen bij een oma-achtige vrouw inclusief kralenketting. Ze stond gebukt in het busje van de organisatie haar administratie te doen. In het doosje waar ‘journaliste’ op stond zaten vijf enveloppen met een autosticker en routeboek erin. De sticker moest ik op de vooruit plakken en of ik niet tussen het peloton en de koplopers in wilde rijden wanneer daar een kleiner ‘gat’ dan vierhonderd meter tussen zat.

Toch reed ik maar via een andere weg naar de finish van de eerste etappe. Ik had geen zin om een renner het prikkeldraad in te rijden. In Beaucaire, het plaatsje waar gefinisht zou worden, was het koud, winderig en uitgestorven. En enkel bibberend opaatje stond de renners reikhalzend op te wachten.

In de Tour ben ik gewend om in het perscentrum, samen met duizenden andere journalisten, de koers te volgen op een groot scherm. In het rondeboek stond een vage plattegrond met daarop het perscentrum aangeduid. Wellicht had het zoontje van de organisator die getekend.

In werkelijkheid was er echter niets te zien. Na een dik uur zoeken liep ik op de plek waar het ongeveer moest zitten een cafeetje binnen. ‘Je cherche le centre de presse!’ ‘What doe you want?’

vroeg weer een oma met kralenketting vanachter haar volle bord warm eten.

Ja, wat wilde ik eigenlijk? ,,Ik wil de koers volgen en wat dingen op mijn laptop doen." Lastig om plotseling in één zin de essentie van de journalistiek te moeten uitleggen. ,,Het perscentrum zit hiernaast. Ik zal het voor je open maken. Ik ben de perschef." Ik begreep al snel dat ik de enige journalist was en zag er ineens tegenop om in mijn eentje in een lokaal een koers te volgen waar niet eens beelden van zijn.

Ik besloot in het café te blijven en volgde de wedstrijd op een internetforum waar eens in het half uur een update werd gegeven.

Een half uur nadat ik de renners door het raam had zien finishen werd gemeld dat de Belg Kris Boeckmans van Lotto-Soudal het eerst over de finish was gekomen. Op dat moment waren de ploegbussen alweer vertrokken en werden de compleet overbodige dranghekken een vrachtwagen ingeladen.

Met weemoed dacht ik wat er zou gebeuren wanneer de organiserende oma’s met kralenketting het leven zouden laten. Zou hier dan nog steeds gefietst worden buiten het zicht van alle camera’s? In een donkere uithoek van de wielerkalender? Toen ik met mijn auto terug naar het vliegveld reed voelde het alsof ik een museum verliet. Een museum dat over een paar jaar waarschijnlijk niet meer bestaat. Ik begreep ook ineens de term ‘het oude wielrennen’.