HomeZelf in het zadelDe enige officiële Inleiding In Het Wielrennen voor iedereen die in de...

De enige officiële Inleiding In Het Wielrennen voor iedereen die in de coronaperiode een racefiets heeft gekocht

Een antwoord op al je vragen!

Gefeliciteerd, na zes maanden wachten is je felbegeerde carbonnen/aluminium ros eindelijk binnen; je behoort nu tot het verderfelijke groepje mensen dat in strakke kleding de wegen en fietspaden onveilig maakt in Nederland (en daarbuiten, maar daarover meer in dit stuk)!

Maar maakt het bezit van een racefiets je ook meteen een wielrenner? Nee, natuurlijk niet! Daarvoor moet je nog kennismaken met alle wonderlijke ongeschreven regels die in deze duistere community gelden. Ongeschreven dus, maar wij dachten: laten we ze eens opschrijven…

En zo ontstaat de enige officiële Inleiding In Het Wielrennen. Voor alle coronabeginners, maar ook voor ervaren rotten die wel even een opfriscursus kunnen gebruiken! Een simpel handvat – o nee, die hebben we niet op de racefiets – ehhh… een simpel stuurlint (?) om een échte wielrenner te worden!

De klikpedalen

Je bent pas een wielrenner als je klikpedalen hebt. Wil je die gekke driehoekjes niet aan je crankstel hebben hangen, even goeie vrienden, maar dan ben je wel gewoon een fietser.

Wanneer je voor het eerst met klikpedalen fietst is het de bedoeling dat je bij het eerste de beste stoplicht als een zielig hoopje mens omvalt. Zie dit als je doop als wielrenner. Tegen een boot flikkeren ze een fles champagne aan; een wielrenner valt heel lullig om.

De ritjes daarna gaat al als het goed is al veel beter en echt, geloof ons: op een gegeven moment is het een automatisme. Zelfs de grootste hampel click-clackt op den duur makkelijker dan Ralf Mackenbach is z'n beste tijd (luister het liedje niet; heb je dat de hele dag in je hoofd..)

De bel

De bel is onder wielrenners een heet hangijzer. Een tijdje geleden was het echt not done om er eentje aan je racefiets te hangen, maar the times they are a-changin'. Met zoveel verschillende snelheden op het fietspad – en vooral ook zoveel elektrisch aangedreven medemensen is het superhandig.

En ook niet meer per se heel lelijk, want met bijvoorbeeld een hide my bell-bel zie je 'm nauwelijks meer. Zelf heb ik sinds enige tijd een bel met de welluidende naam Knog Oi en ik wil niet anders meer!

Kleding

Sommige mensen interesseert het geen reet, andere willen er supergesoigneerd bij rijden, zoals we dat in de wielerwereld noemen. Die laatste groep heeft natuurlijk gelijk, want het oog wil ook wat. En dus geef je een vermogen uit aan hippe pakjes, brillen, etc.

Een paar simpele basisregels, van beneden naar boven:
– schoenen: een boa-sluiting is echt veel fijner dan dat klittenbandgedoe
– sokken: wit of in de kleur van je shirtje (maar in ieder geval niet zwart).
– broek: zwart, zonder rare fratsen.
– shirtje: leef je uit, ga voor de clownmodus, alles kan (als-ie maar een beetje strak zit en het geen lubberding is)
– koerspetje: JA!

Voor meer details en nuances verwijs ik je naar onderstaand stuk!

Paaltje! (en ander jargon)

Als je in een groep gaat rijden, moet je een paar woorden uit je hoofd leren die je te pas en te onpas gaat roepen. Te weten: paaltje! (bij een paaltje), tegen! (bij een tegenligger), achter! (bij een auto of anderszins sneller voertuig dat erlangs wil) en vrij! als er geen verkeer aankomt bij het oversteken.

Verder speel je op de racefiets ook voortdurend hints door met je armen allerlei gebaren te maken. Zo is de arm recht de lucht in geen mislukte hitlergroet, maar het teken dat iedereen halt moet houden.

De wind

De wind is in het wielrennen je grootste vriend én vijand. Je zult de wind gaan vervloeken, maar een half uurtje later omarmen. Niets zet je zo met beide benen op de grond op als een een uur lang tegen windkracht 4/5 in moeten stoempen – en helaas overkomt je dat in Nederland nogal eens.

Maar niets is ook zo lekker als diezelfde windkracht 4/5 in je rug hebben. Zonder er al te veel voor te moeten doen glijd je heerlijk door het land en geniet je van al het moois onderweg. En achteraf was dat tegen de wind in beuken ook best lekker…

Om dit proces zo goed mogelijk te laten verlopen is de stelregel wel dat je je rondje begint met tegenwind, zodat je lekker weer naar huis zoeft en niet stoempend en vloekend thuiskomt.

De bergen

Wind hebben we dus wel in Nederland, maar bergen amper. Of eigenlijk helemaal niet. Limburg doet een poging, maar dat zijn toch echt heuvels. Zonde dat we geen bergen hebben, want in de bergen fietsen is namelijk fantastisch. Ga dit dus vooral ook doen!

Kanttekening: niet meteen de eerste week nadat je een racefiets hebt, want tegen bergen opfietsen is nóg zwaarder dan tegen de wind in fietsen.

Uitzicht vanaf de Col de Vars in de Franse Alpen.

Cadans

Als je je knieën een beetje heel wil houden, rijd dan een niet al te zware versnelling. Een cadansmeter is echt een prima aanschaf. Probeer dan op het vlakke zo tussen de 90 en 100 omwentelingen per minuut te maken. In het begin zul je denken dat je een op hol geslagen hamster bent, maar het went en het zorgt ervoor dat je een betere conditie krijgt dan wanneer je op de grote plaat stampt – en je knieën dus heel blijven.

Draaien, draaien, draaien!

Winter

Het is nu nog (een soort van) zomer, maar winter is coming, onherroepelijk. En ook dan kun je fietsen, want wielrennen is absoluut geen zomersport. Ik ben zelf een enorme koukleum, maar toch vind ik een ritje in de winter heerlijk. Je zit al veel binnen, dus haal alles uit de kast (letterlijk, want je moet behoorlijk wat laagjes aan) en stap ook in de winter op.

(Zwiften is een prima alternatief als het echt te koud is of er weer 's iets uit de lucht valt waar je niet op zit te wachten.)

“Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me”

Tim Krabbé schreef met De Renner hét wielerboek – eigenlijk ook wel verplichte kost nu je een racefiets hebt – en bovenstaand zijn de twee meest bekende zinnetjes uit dat boek. En het is werkelijk zo. Als je eenmaak op die fiets zit, snap je niet dat je het niet eerder bent gaan doen…

O ja, soort van vanzelfsprekend, maar toch nog even: de helm

Die draag je. Altijd. Gouden regel: ingeklikt is helm op. Nou, veel fietsplezier!

(Kermit is hier niet ingeklikt, dus hoeft ook geen helm op..)

Beeld: iStock

Ontvang onze nieuwsbrief

Geen update meer missen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!

Laatste artikelen

Ellen van Dijk strandt op zes seconden van EK-goud: ‘Deze medaille krijgt geen mooi plekje, ofzo’

Het was een fikse teleurstelling voor Van Dijk, zo vertelde ze na afloop tegen...

Sporen van Tramadol aangetroffen in bloedtest Quintana, geschrapt uit Tour de France-uitslag

De UCI heeft in een persbericht gemeld dat er in twee bloedtests van Quintana...

5 tips voor in je Vuelta-pooltje

Steff Cras (Lotto Soudal) Wie de uitslagenlijst van Steff Cras erbij pakt, kan niet anders...

Merijn Zeeman over vorm Roglic: ‘Hij is nog niet verlost van pijn, maar hij wilde de uitdaging aangaan’

Toch vertelt performance manager Merijn Zeeman in De Telegraaf dat er nog de nodige...

Meer zoals dit

Wielerapp meet: meer fietsers dan ooit actief in de bergen

De van huis uit Nederlandse app MyCols levert profielen van heel veel cols in...

10 Keer ‘haarspeldporno’: zet deze klimmen maar op je bucketlist! 

Dit zijn tien prachtige plaatjes en tegelijkertijd ook tien dikke tips om zelf op te fietsen. Welke van deze wil jij het liefst bedwingen?

13 Dingen die ik leerde tijden het fietsen in de Franse Alpen (standplaats Barcelonnette)

Ken je die mop van onze redacteur die ging fietsen in de Franse Alpen? Nou, die ging dus wel en dit is wat hij er van opstak...