De laatsten zullen de eersten zijn. Het is een gezegde ontleend aan de bijbel. En zo voelde de Ronde van Vlaanderen ook wel voor nummer laatst Daniel McLay: een apocalyptische bijbelse expeditie met zeven plagen. De Brit van Arkea-Samsic kan er na afloop mooi over vertellen.
Allereerst dat rare feitje dat hij op het stuk tussen de Paterberg en de finish in Oudenaarde sneller reed dan winnaar Tadej Pogacar: 45 kilometer per uur tegen 42 voor Pogi, zo leert Strava ons. Er is een logische verklaring voor.
"Ik was op de laatste keer Kwaremont en Paterberg helemaal alleen achteropgeraakt en kwam tussen een rij ploegwagens achter de groep voor mij terecht. Ik beken: daar heb ik mij, euh, slim tussengezet. Mijn grote geluk. Ze maakten flink wat vaart", zegt hij in Het Nieuwsblad.
Drie dagen niets gegeten
Het kwam dus zeker niet doordat McLay nog wat in de tank had zitten. Allesbehalve. Hij zat helemaal stuk. "Op de Koppenberg stond ik te voet. Weliswaar omdat er een renner voor mij van de fiets moest en ik geen andere keuze had. Maar evengoed: ik heb mij nog nooit zo slecht gevoeld op een fiets. Leeg. Totaal leeg. Alsof ik drie dagen niets meer gegeten had."
Toen hij na de laatste keer Paterberg tussen de auto's weer terugkwam in het groepje voor hem liet hij het zo gauw hij de finish zag dus weer lopen.
"Toen ik de streep zag liggen en wist dat ik er al uitbollend kon geraken, heb ik het laten gaan. Ik heb geen trap meer gedaan. Op de streep reed ik misschien nog drie per uur. Het laatste uur deed elke pedaalslag zo’n pijn. Verschrikkelijk. Ik ben nooit zo blij geweest dat ik de finish zag. Ik was helemaal op. Total loss", vervolgt hij zijn klaagzang.
Zottenwerk
De harde beginfase nekte hem. McLay vertelt hoe het eraan toeging in die doldwaze eerste twee wedstrijduren. "Normaal krijg je een vroege vlucht en weet je: nu wordt het in het peloton even rustig. Niet dus. Zo snel ging het. Ik heb zitten bidden op mijn fiets dat er eindelijk iemand kon wegrijden."
"Maar het bleef duren. Op den duur waren er al 80 kilometers gereden en nog altijd was alles samen. Zelfs renners die helemaal niet hun zinnen op de vroege ontsnapping hadden gezet, zoals ik, gingen dan maar hun kans wagen. Waardoor het nóg sneller ging. Een vicieuze cirkel. Zottenwerk."