Dat Pogacar de beste renner van dit tijdperk is, daar is iedereen het inmiddels wel over eens. Tijdens de Tour de France staan legio fans langs de kant van de weg, terwijl ook vanuit het peloton steeds meer mooie anekdotes over de Sloveen de ronde doen. Denk aan die van Geraint Thomas in Luik-Bastenaken-Luik, terwijl ook Sam Oomen nu een mooi verhaal vertelt.
Niet uit het zadel
Oomen is momenteel analist in de Live Slow, Ride Fast-podcast. In de tweede etappe ontstond op een bepaald moment een elitegroep met daarbij Pogacar, Jonas Vingegaard, Matteo Jorgenson, Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Romain Grégoire. De enige die niet uit het zadel kwam: Pogacar.
"Leg het maar uit, man", begint Oomen zijn verhaal. "Ik heb vel vaker gekeken en gedacht: stop met denken. Vandaag was weer zo'n situatie, want het ziet er zo makkelijk uit."
Vervolgens vertelt de renner van Lidl-Trek een verhaal uit de Giro dell'Emilia van vorig jaar, die glansrijk gewonnen werd door Pogacar. "We hadden geen absolute kopman, maar we hadden als plan het voor de San Luca iets harder te maken, zodat we de groep zouden uitdunnen en wellicht strijdend ten onder te gaan."
Reep eten
Er zat een zware klim voor de San Luca: de Montechiaro van 3,3 kilometer aan 9,1 procent. "Een klim van tien minuten, die hartstikke zwaar is. Amanuel Ghebreigzabhier, een supergoede renner, reed daar 450 of 460 watt op kop van het peloton. Dat staat gelijk aan zo'n zeven watt per kilogram. Een snijdend hard tempo."
"Ciccone zat in zijn wiel, en naast hem zat Pogi. Je kunt veel dingen doen... In het zadel of uit het zadel, maar Pogi pakte een reep en ging zitten eten. Toen was de koers van Ciccone ook voorbij, want hij was mentaal gebroken. Na afloop kwam hij in de bus en zei: 'Guys, we have a problem. Ik push de hele tijd 440 à 450 watt. En deze gast begint een fucking reep te eten! Incredible.'"