In een tijdrit in de Tour de France zijn er maar een paar hoofdrolspelers die voluit moeten gaan. Het meerendeel van de renners kan het iets rustiger aan doen. Mike Teunissen is een van die renners. Wieler Revue sprak hem na de finish.
'We zitten er goed in'
De Nederlander van XDS Astana Team spreekt inderdaad van een fijn dagje. "Je moet wel nog trappen natuurlijk, maar het zijn fijne dagen inderdaad. We zijn redelijk op tijd weer in het hotel en we hoeven onszelf niet helemaal uit te wringen."
Teunissen is goed begonnen aan zijn zesde Ronde van Frankrijk. In de eerste rit zat hij mee in de voorste waaier. "Dat is altijd beter dan erachter zitten", blikt de nummer tien van de openingsrit terug. "Het sprintje kon beter, maar het is natuurlijk wel de Tour. Er zijn meer goede renners hier."
"Maar ik ben wel tevreden, er zaten een aantal ritten bij die te lastig waren. De eerste dag was een kansje en de andere dag hebben we Ballerini goed af kunnen zetten. Dus we zitten er goed in", aldus de 32-jarige renner uit Ysselsteyn.
Beter dan in 2019
Bij de naam Mike Teunissen denken we natuurlijk terug aan de eerste dag van de Tour van 2019. Hoe goed is de Limburger dit jaar in vergelijking met toen? "In principe heb ik het idee dat ik ieder jaar beter word. Maar ik heb ook het idee dat de rest ook beter wordt en nog harder groeit."
"Het niveau is ieder jaar weer hoger. De kopmannen rijden harder maar ook de mannen daarachter zijn ook vele malen beter. Dus dat is heel moeilijk te vergelijken, behalve dan dat ik zelf ieder jaar harder aan het rijden ben, haha."
En dus valt er weinig te winnen voor Teunissen, zegt hij zelf. "Want ik ben geen goede klimmer en geen goede sprinter. Dan zou ik in principe kunnen sprinten als de echte sprinters overboord zijn. Maar dan kom je op het terrein waar de goede klimmers mij weer kunnen lossen."
"Het moet een mix zijn van een aantal elementen om voor mij tot kansen te komen. Aan de andere kant hebben we mooie doelen met Cees (Bol, red.) en Ballerini in de sprint. En anders kunnen we vast nog wel een keer een paar van die klimmers de kopgroep in slingeren. Iedere dag is er wel een kans voor de ploeg", klinkt het.
Gevaarlijke aankomsten
Tot slot geeft Teunissen een opvallende kijk op de gevaarlijke aankomsten, zoals die in Duinkerke. Volgens hem treffen de renners geen blaam. "Het is heel makkelijk om altijd te zeggen dat het aan de renners ligt."
"Ik kan ook zeggen dat het te gevaarlijk is en dan de hele dag van achter zitten. Maar dan denk ik niet dat ik volgend jaar nog een contract krijg. En dat is niet erg, maar ik zou toch wel graag mijn hypotheek afbetalen. Dus dat is te gemakkelijk vind ik", aldus Teunissen.
Teunissen legde het 33 kilometer lange parkoers in Caen af in een tijd van 41 minuten en 54 seconden. Daarmee was hij vierenhalve minuut trager dan Edoardo Affini, die tot dan toe de snelste tijdrit had gereden.