Niemand zit aerodynamischer op de tijdritfiets dan Remco Evenepoel, die in de individuele tijdrit zestien seconden sneller was dan Tadej Pogacar en liefst 1.21 minuten dan Jonas Vingegaard. Tom Dumoulin genoot van het vakmanschap van Evenepoel. "Die houding is training en materiaal testen in windtunnels, maar dat doet iedereen", zegt hij in De Avondetappe.
Aerodynamisch
Die aerodynamische houding is dus deels trainbaar, aldus Dumoulin. "Maar Evenepoel heeft ook een soort natuurlijke gave met zijn perfecte lijf. Dat kun je niet trainen, dat heb je van je vader en moeder meegekregen."
Hij maakt er volgens de Giro d'Italia-winnaar van 2017 het verschil mee. "Evenepoel heeft vandaag gewonnen met best veel voorsprong, maar ik durf zo ver te gaan dat hij gewonnen heeft met het laagste gemiddelde vermogen van de top tien. Dat komt gewoon doordat hij zo klein en aerodynamisch is."
Jonas Vingegaard
Het verhaal van de tijdrit was echter het grote verlies van Jonas Vingegaard. "Dat is een grote verrassing, ja. Zeker na de Dauphiné, waar hij goed reed. Pogacar reed slecht in de Dauphiné, maar vandaag waren de rollen omgedraaid. Ik heb nog eens terug zitten kijken of ik iets had gemist."
Dumoulin vond de tijdrit van Vingegaard er niet eens slecht uitzien. "Je kon niet zien dat het niet draaide, want hij zit nooit heel stil op zijn fiets. Hij zit nooit zo mooi als Evenepoel. Verder reed hij technisch ook een prima tijdrit. In de laatste fase zag je dat hij de bochten niet meer explosief reed, maar dat komt ook door zijn vermoeidheid. Gewoon een slechte dag denk ik dan."
Na afloop zag hij veel vermoeidheid bij Vingegaard. Logisch volgens Dumoulin. "Op een slechte dag krijg je die adrenaline niet vrijgemaakt, en dan zie je ook dat die vermoeidheid meteen toeslaat. Je voelt het na een paar kilometer al. Je hoopt dat het beter gaat worden, maar dat is hopen tegen beter weten in. Dan moet je je focus houden, maar je gedachten dwalen constant af. Het is vreselijk als je een slechte dag hebt in de tijdrit."