Tadej Pogacar heeft de gele trui weer overgenomen van Mathieu van der Poel. De Nederlander kon niet mee in het geweld van de klassementsmannen op Mûr-de-Bretagne. Hij kwam als nummer 22 over de finish, op één minuut en twintig seconden van de winnende Pogacar.
Realistisch
Al op de eerste passage van de slotklim werd duidelijk dat Van der Poel het geel niet ging verdedigen. Op het steile gedeelte kwam hij al in moeilijkheden. Een beklimming later viel definitief het doek voor de Nederlander, die nu leider af is in de Tour de France.
Hij kondigde voor de start al aan dat het moeilijk ging worden, en kwam na afloop bij de NOS terug op die woorden. "Ik weet dat als ik op zo'n aankomst mee wil zijn, ik mijn allerbeste benen nodig. En ik wist op voorhand al dat ik die niet ging hebben vandaag."
Ook Van der Poel zelf had op de eerste Mûr-de-Bretagne al in de gaten hoe laat het was. "Dat was nog niet volledig kraken, maar het scheelde niet veel. En ik wist dat ze de laatste keer nog harder omhoog zouden rijden. Ik denk dat ik zelf realistisch genoeg was om te weten dat de trui na vandaag wel weg zou zijn."
Bijzondere plek
Het bewijst maar weer dat Van der Poel een man voor het voorjaar is en geen robot is die iedere dag goede benen heeft. "Zeker niet, haha. Ik vraag mij soms af hoe de rest elke dag zo goed herstelt. Maar ik ben blij dat ik me vooral op de klassiekers kan focussen."
Of hij genoten heeft van zijn laatste dag in het geel? "Ja, enorm! Misschien wel meer dan van de eerste dagen. Ik wist dat ik hem waarschijnlijk kwijt ging zijn, dus heb er extra van genoten. Vooral hier terug op deze Mûr-de-Bretagne, dat is toch wel een bijzonder plek voor mij", aldus de Nederlander.
In het bijzijn van Wieler Revue ging hij daar nog wat verder op in. "Het is wel heel speciaal om vier jaar later op dezelfde plek terug te komen, maar dan met de gele trui aan. Een moment om te koesteren."
Van der Poel staat nu vijfde in het algemeen klassement, op 1'29 van leider Pogacar. Voor het groen scoorde hij vandaag geen punten. De kopman van Alpecin-Deceuninck zakte van 2 naar vier. Tadej Pogacar neemt ook de leiding in dat klassement over.