De negende etappe zou voor de sprinters zijn. Dat werd het uiteindelijk ook, maar het werd wel een van de mooiste ritten van de Tour de France tot nog toe. Dat kwam allemaal door Mathieu van der Poel en Jonas Rickaert, die vanaf kilometer nul aanvielen en begonnen aan een heuse duo-aanval. Het Lidl-Trek van Steven de Jongh moest daardoor flink aan de bak.
Geen vrienden
De twee van Alpecin-Deceuninck liepen namelijk uit naar een voorsprong van meer dan vijf minuten. In de beginfase had dat alles te maken met het feit dat Lidl-Trek de enige ploeg op kop van het peloton was. "Het was een interessante dag", vertelde De Jongh in het interview na afloop bij de NOS. "Er waren veel ploegen die niet wilden helpen, maar als je die twee vooruit hebt..."
Quinn Simmons, Edward Theuns en Tom Skujins reden constant op kop namens Lidl-Trek. "Maar met één ploeg red je het niet tegen Rickaert en Van der Poel. Het bleek heel lastig om vrienden te zoeken in het peloton."
Stoppen
Lidl-Trek bleef rijden, maar het had niet lang geduurd of ook die ploeg had de boel de boel gelaten. "We zijn gaan rijden omdat we wel dachten dat ze na de tussensprint zouden doorgaan. Na de sprint dachten we dat ploegen zouden helpen, maar die hulp bleef uit. Op dat moment hadden we verwacht het onder controle te krijgen, omdat de andere sprinters ook geen kans wilden weggooien."
Die hulp kwam toch op zestig kilometer van het eind van Team Jayco-AlUla, Israel-Premier Tech en Uno-X Mobility. En tegen het eind van werkelijk alle ploegen. "We hebben op het punt gestaan te stoppen met rijden, en dan was het zeker voor Van der Poel en Rickaert geweest. Dat hadden we misschien moeten doen, want het schoot zeker door ons hoofd. Het is heel jammer zo", aldus De Jongh, die Milan naar plaats twee zag sprinten.