De Tourmalet is de meest beklommen berg in de Tourhistorie en ook dit jaar is-ie van de partij. De geschiedenis van de berg is voor altijd verbonden met de naam Octave Lapize. In 1910 kwam hij er als allereerste renner ooit boven. Op de Voie Laurent Fignon waan je je weer een beetje in zijn tijd.
De naam van Octave Lapize dook dit voorjaar opeens overal op in de Nederlandse en Belgische media. Mathieu van der Poel won Parijs-Roubaix voor de derde keer achter elkaar en Lapize was de eerste die dat ook lukte, al in 1909, 1910 en 1911. Nadien lukte het alleen Francesco Moser nog, in 1978, 1979, 1980 – en nu dus Van der Poel.
Misdadigers!
Maar misschien nog wel meer dan de man die Parijs-Roubaix drie keer achter elkaar won, is Lapize de man van de Tourmalet. Beter gezegd: de Reus van de Tourmalet. In 1910 toog hij na het winnen van Parijs-Roubaix opnieuw naar de Tour de France, de wedstrijd waarin hij het jaar ervoor nog had moeten opgeven in de vijfde etappe.
Ditmaal reed hij ‘m uit en won hij vier etappes en het eindklassement. Vanzelf ging dat niet. In één van de vier etappes die Lapize won, moest hij namelijk voor het eerst in de Tourgeschiedenis over de Col du Tourmalet. Na de etappe sprak hij de befaamde en veelzeggende woorden richting de organisatie van de Tour: “Jullie zijn misdadigers!”
Inmiddels is Lapize vereeuwigd op de berg. Iedereen die de Tourmalet weleens is opgefietst staat waarschijnlijk met ‘m op de foto zonder te beseffen wie het is. Het grote zilveren beeld van een wielrenner op de top, dat is Lapize, de Géant du Tourmalet.
Onooglijke skidorp
Wie nu de Tourmelet oprijdt doet dat vanuit de oost- of westkant over redelijk goed wegdek. In de tijd van Lapize was dat anders. Hij moest hele stukken lopen – sommige minder goed getrainde amateurs zullen daar ook weleens aan hebben gedacht op de meest steile stukken.
Want steile stukken zijn er. Op de over het algemeen als zwaarste kant van de Tourmalet beschouwd vooral in en vlak na het onooglijke skidorp La Mongie – wie ooit toestemming heeft gegeven voor die hoge flats in het prachtige landschap is pas echt een crimineel.
Ik mocht het vorig jaar nog eens ervaren. Vanuit Saint-Marie-de-Campan, de oostkant, begint de Tourmalet nog als een lief voortkabbelende klim. Vlakbij de galerijen begint de ellende. Zeker als je, zoals ik, de wind vol tegen hebt. In het skidorp blijft het steil, maar is al die lelijkheid om je heen voor heel even een zegen bij wind tegen; het zorgt voor beschutting.
Toptop
Van het dorp naar de top is dat anders. Ik haalde een oudere madam in die kras naar boven reed. Door het geruis van de wind wisselden we iets uit. Ik in m’n beste Frans over ‘beaucoup de vent’, zij amechtig iets als ‘oui, oui’ en woorden die wegstierven in de wind – al had ik ze anders waarschijnlijk ook niet begrepen.
Doorharken naar de haarspelden – hoera, de wind blies soms weer heel even in het voorbeeld – en Reus Octave doemt vanzelf op. De smalle uitgehakte weg op de top is één van de mooiste coltoppen die ik ken. Een toptop dus.
Die kun je ook van de andere kant bereiken. Dat doet het Tourpeloton in de veertiende etappe. De klim vanuit Luz-Saint-Sauveur staat bekend als ‘de makkelijke kant’, maar de afstand en de percentages zeggen iets anders: 18,4 kilometer aan 7,4 procent voor de westkant versus 17,1 kilometer aan 7,3 procent voor de oostkant.
Voie Laurent Fignon
Een paar dagen na mijn strijd tegen de wind en de oostkant, rijd ik ook de westelijke beklimming. Maar niet zoals het Tourpeloton ‘m zal rijden. En dan bedoel ik niet dat ik minder hard ga – dat is ook ontegenzeggelijk waar. Ik maak een uitstapje op de klim.
Ergens nog voor je op de helft van de klim bent, nog voor er ook aan de westkant meer lelijk skitoerisme opduikt, kun je rechtsaf een geitenpaadje inslaan. Het is er smal, het wegdek is minder breed en slechter. Maar het is er wel verboden voor auto’s. Dit is een eerbetoon aan een andere legendarische Franse wielrenner.
De Voie Laurent Fignon is het 2,4 kilometer lange weggetje van de oude Tourmalet, de enige weg naar de top nog voor er bussen vol skitoeristen naar de skidorpen moesten worden vervoerd. Het wegdek is dus slecht, maar de rust vergoedt alles. Je bent er alleen met de koeien – en hun uitwerpselen op het wegdek. Denk er een verse band om je nek bij en je waant je even Octave Lapize.
De renners van nu, met hun powermeters, uitgedachte voedingsstrategieën en aerodynamische monsters onder de kant, flitsen waarschijnlijk aan 30 per uur langs het afslagje, maar doet dat zelf niet als nog eens in de Pyreneeën beland – en daar wil je belanden, want het is er prachtig.