Tour de France

De Cauwer vindt dat Evenepoel voorbeeld moet nemen aan Van der Poel en Pogacar na afstappen Tour: 'Die proberen nog wat speels te blijven'

José De Cauwer zag het afstappen van Remco Evenepoel met lede ogen aan. Volgens de commentator moet er een knop om bij de Belg.

remco evenepoel

De zwanenzang in de Tour werd tegen zijn eigen wil in duidelijk in beeld gebracht: Remco Evenepoel moest al in de eerste kilometers van de Tourmalet de rol lossen en stapte even later af, nadat hij in de eerste twee Pyreneeëndagen ook al klappen had gekregen - wat te denken van ingehaald worden door Jonas Vingegaard in de klimtijdrit.

Evenepoel met 'zware armen'

Zelf wilde hij nog geen verregaande conclusies verbinden aan zijn afstappen, maar hij maakte wel kenbaar dat hij na de Dauphiné amper echt had kunnen trainen. Z'n lichaam kon de arbeid simpelweg niet aan.

Voor Sporza-commentator José De Cauwer is het gissen, het afstappen kwam voor hem totaal onverwacht. "We zagen dat het niet goed was, maar hadden niet verwacht dat het zo erg zou zijn. Die dolksteek op de laatste stroken van de klimtijdrit van Vingegaard was wel pijnlijk. Maar dat kan de reden niet geweest zijn."

"Je had toch verwacht dat hij beter zou zijn in vergelijking met vorig jaar, toen hij derde werd. Niet qua plaats, maar hij had toch zijn voet naast de echte klimmers moeten kunnen zetten. En daar hebben we hier niets van gezien."

Het zou kunnen dat Evenepoel toch een fysiek probleem heeft. De Cauwer viel in ieder geval wel iets op na de klimtijdrit. "Dat zou perfect kunnen. Hij leek mij gisteren in de tijdrit wat zware armen te hebben. (José neemt een opgeblazen houding aan). Op televisie ziet iedereen er wat zwaarder uit. Wij zijn superslank en toch zien we er zo niet uit", grapt hij.

Meer amuseren in koers

Er zal dus misschien een fysiek probleem aan het licht komen, maar mentaal is er ook nog wel werk aan. Dat zag De Cauwer ook aan de manier waarop Evenepoel afstapte. Of beter gezegd: naar hoe hij zich gedroeg toen hij moest lossen.

"Die bewegingen op het einde naar de cameraman bijvoorbeeld. Je weet toch dat dat erbij hoort. Het is de logica zelve dat hij daar gefilmd wordt, met zijn status. Eigenlijk mag dat niet meer. Hij moet dat weten. Hij moet zich meer amuseren in de koers. Dat geldt voor het hele peloton zo."

Twee absolute toppers lijken dat wel te doen. Al beseft De Cauwer ook wel dat het misschien juist voor die twee, Van der Poel en Pogacar, ook bet wat makkelijker is.

"Kijk naar renners als Pogacar en Van der Poel, hoe zij naar de koers kijken. Je zal zeggen: dat is gemakkelijk, dat zijn absolute toppers. Die mannen doen er ook alles voor, maar die proberen nog wat speels te blijven. Dat is vooral de taak van de omkadering en de ploeg."