Matxín begon als ploegleider bij een kleine juniorenploeg in Spanje, waar hij samenwerkte met niemand minder dan Oscar Freire. Later ging hij werken voor het grote Mapei en weer een beetje later kwam hij bij Saunier-Duval terecht. Matxín werkte met allerlei grote kampioenen samen. Nu is hij sportief directeur bij de ploeg van de grootste kampioen: Tadej Pogacar.
Bekvechten
In Het Nieuwsblad gaf Matxín echter eens een interview waar hij niet over de Sloveen praatte. Het gaat over de andere renners die hij begeleidde. Twee van de meest bijzondere renners waar Matxín mee werkte: Filippo Pozzato en Riccardo Ricco.
"Pozzato was er eentje vol Italiaanse flair", vertelt hij. "Ik herinner mij de Ronde van Normandië in 2002. Proloog: Pozzato wint. Rit 2, voor punchers: Pozzato versnelt in de laatste kilometer en wint weer. Rit 3, massasprint: opnieuw winst. Rit 5: weer raak. Pozzato zou altijd eindwinnaar worden. Wat deed hij in de slortit? Een hele rit zat hij te bekvechten met zijn rivalen zonder zelf naar de koers om te kijken."
Het gevolg was dat Pozzato buiten tijd finishte. "Hij mocht van mij zelfs niet met het vliegtuig naar huis. Ik heb hem in de auto naar Italië gevoerd, een rit van negen uur. Tijd genoeg om hem duidelijk te maken dat dit niet was wat ik van een wielrenner verwachtte. Dat was Pozzato. Eigenlijk is hij nooit veranderd. Zoveel talent en toch maar dat palmares. Hij heeft maar vijftig procent uit zijn mogelijkheden gehaald.”
Vreemde vogel
Had Pozzato zijn nukken, daar waren die bij Ricco van een nog andere orde. De Italiaan kwam vooral bekend te staan om zijn dopinggebruik. Na een eerdere schorsing werd Ricco na een volgend vergrijp in 2012 voor liefst twaalf jaar geschorst. "Een vreemde vogel, Ricco. In 2005 werd hij Italiaans kampioen bij de beloften. Dus ik liet hem direct tekenen. Maar een maand later mocht hij plots niet starten op de Mediterraanse Spelen wegens een te hoog hematocrietgehalte."
Matxín en de ploeg verbraken het contract van Ricco direct. "Tot uit een onderzoek bleek dat zijn hematocriet van nature te hoog was. Hij kreeg een uitzondering – officieel bevestigd door de UCI."
De samenwerking met Ricco was niet bepaald een goede, aldus Matxín. "Hij was een superegoïst. Me, myself and I, iets anders kende hij niet. Nooit eens een woord van dank aan zijn ploeg. Veel kampioenen zijn egoïsten, maar hij ging nog een stap verder. Na zijn dopingschorsing heb ik er nooit meer iets van vernomen. Ik heb hem nog een paar keer gestuurd: waarom toch? Nooit antwoord gekregen."