Op de tweede rustdag konden de renners even bijkomen van twee zware weken Tour de France. In week twee kregen ze te maken met een drieluik in de Pyreneeën en toch ook nog een zware zondagetappe van Muret naar Carcassonne. In die rit werd de Fransmans Axel Laurance vijfde.
Laurance en z'n adernetwerk
De renner van INEOS Grenadiers had dus best goede benen en eentje daarvan liet hij op Instagram dan maar even zien in een story. De 24-jarige renner die vorig jaar nog bij Mathieu van der Poel in de ploeg reed en nu ploeggenoot is van etappewinnaar Thymen Arensman heeft namelijk een paar zichtbare aders op zijn benen...
Een paar? Het is aderinfrastructuur waarbij het wegennetwerk in onze eigen Randstad of het Londense metronetwerk niets voorstelt. Hij deelt een foto die de influencer Antoine Strohl op de rustdag van zijn been maakte. Naast spieren kun je de aders ook uittekenen.
De foto
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F07%2F64HRzvhirdSVNF1753163687.png)
Hoe zit dat nou met die aders?
Bij wielrenners zie je die aders vooral omdat er zo weinig tussen zit — letterlijk. Een laag vetpercentage zorgt ervoor dat het lichaam er als het ware 'gestript' uitziet. Spieren, pezen, aders: alles ligt bloot. Het vetlaagje dat bij de meeste mensen de aders bedekt, is bij wielrenners door eindeloze trainingsuren en een uitgebalanceerd dieet tot een minimum gereduceerd.
Toch is het niet alleen een kwestie van vet. Spiermassa speelt ook een rol. De benen van wielrenners zijn sterk ontwikkeld, zeker in de kuiten en bovenbenen. Die spieren drukken de aderen als het ware tegen de huid aan.
En tijdens het fietsen zelf gebeurt er nóg iets: de spierpomp treedt in werking. Elke pedaalslag zorgt ervoor dat bloed vanuit de benen richting het hart wordt gestuwd, en dat maakt de aders tijdelijk nog prominenter.
Zijn zichtbare aders noodzakelijk om hard te fietsen? Absoluut niet. Maar in de wereld van de koers hebben ze nog steeds wel een zekere 'status'. Heb je veel zichtbare aders, dan ben je goed. Volgens die wetenschap zou Axel Laurance dus nog best eens een rit kunnen winnen.
- Cor Vos