Tour de France

Analyse | Deze kant van Col de la Loze was veel te makkelijk voor een plan B van Visma en Vingegaard

Onze redacteur snapt de kritiek op Visma in de koninginnenrit, maar ziet in dat de slotklim ook gewoon niet zwaar genoeg was voor een verre aanval.

Leon Janssen
visma op col de la loze

Er is al veel gezegd en geschreven over de tactiek van Team Visma | Lease a Bike in de koninginnenrit. Over het algemeen is er veel lof voor de opgezette aanval van Jonas Vingegaard op de Col de la Madeleine. Al helemaal met Matteo Jorgenson ervoor in de kopgroep was dat weer een sterk staaltje van de ploeg.

Veel vragen

Maar over zo'n beetje alles wat daarna gebeurde zijn de meningen hevig verdeeld. Had Jorgenson een tweede aanval van Vingegaard in moeten leiden op de Madeleine? Had het Visma-duo iets kalmer moeten afdalen zodat Jorgenson ook een beetje kon bijkomen? Had Jorgenson op kop moeten gaan rijden in de vallei?

Hadden Simon Yates en Sepp Kuss niet harder door moeten trekken op de slotklim? Hadden ze überhaupt wel op kop moeten gaan rijden? Had Vingegaard niet al veel eerder moeten aanvallen op de slotklim? Of had hij juist moeten wachten tot de eindsprint?

Allemaal vragen die terecht worden gesteld, bijvoorbeeld door Tom Dumoulin. Maar er wordt veelal voorbij gegaan aan het feit dat vooral de slotklim een groot negatief aandeel had in het tegenvallende koersverloop aan het einde van de koninginnenrit.

Eigenlijk een heel lelijke klim

Zoals bekend werd de Col de la Loze dit jaar niet via Méribel, maar via Coruchevel beklommen. En dat is een veel makkelijkere kant. Natuurlijk, door zijn lengte, de loeisteile passages aan het einde en de twee Alpenreuzen ervoor was het nog steeds een ontiegelijk zware klim. Maar tot aan de steile slotfase was het eigenlijk een heel lelijke klim.

Het ging veelal over brede banen omhoog naar het bekende skioord. In het begin gingen de passages nog wel richting de acht procent, en vlak voor het binnenrijden van Courchevel ging het voor even zelfs richting de dubbele cijfers, maar eenmaal in het dorp vlakte de klim af.

Tot en met het uitrijden van Courchevel, ter hoogte van het vliegveld, schommelden de percentages tussen de 3,5 en 6,6 procent. Een flinke dooddoener dus, waarop aanvallen tegen Pogacar totaal geen zin heeft. Het is ook niet voor niets dat de Tour de France nog nooit via deze makkelijke weg finishte in Courchevel.

Gegarandeerd-niets-poging

Jorgenson door laten rijden in de vallei als plan-B leek de meest logische optie na de mislukte poging op de Madeleine. Maar dat had niets opgeleverd. De Amerikaan was weeral niet sterk genoeg en had daarom geen tempo kunnen maken op de Col de la Loze. Dus dan had Vingegaard al aan het begin van de klim moeten aanvallen.

Maar met dat afvlakkende middenstuk is dat een zinloze kamikazeactie. Dat is geen alles-of-niets-poging, maar een gegarandeerde-niets-poging. Pogacar had Vingegaard namelijk altijd kunnen volgen op deze veel te makkelijke aanloop naar de échte Col de la Loze (want dat is de klim tot aan het vliegveld in feite).

En dan was het opnieuw kijken naar elkaar en wachten tot de steile slotkilometers, om daar de deksel op de neus te krijgen. Want Pogacar had nooit overgenomen op het vlakkere gedeelte in Courchevel. Hij is soms wel gek, maar zo gek nu ook weer niet.

Saai slot kwam dus niet door Visma

Dat Yates en Kuss niet vol doortrokken op de slotklim, is om dezelfde reden. Ze hadden Vingegaard wel opnieuw kunnen lanceren - als ze dat nog in de benen hadden, maar dan had Pogacar altijd mee op het wiel gezeten. Of nog beter, zijn ploeg het vuile werk op laten knappen.

Op die manier zou Vingegaard zichzelf dus op domme wijze opgerookt hebben. En dus was ook die versie van een plan-B zinloos. Kortom, het zogenoemde saaie slot van de koninginnenrit kwam niet door de aanpak van Visma, maar door de lelijke aanloop naar de échte slotklim.