Pelotonpraat

Dit zijn na de transfer van Remco Evenepoel de 10 best verdienende wielrenners (met hun salaris erbij!)

Na z'n transfer naar Red Bull maakt Remco Evenepoel een flinke sprong in de top 10. We zetten alles op een rijtje als het gaat om geld in het peloton.

André van den Ende Leestijd 3 minuten
remco evenepoel en tadej pogacar zijn bij de best betaalde wielrenners

Remco Evenepoel heeft met zijn overstap naar Red Bull-Bora-Hansgrohe niet alleen sportief een nieuwe stap gezet, maar zich ook meteen omhoog gekatapulteerd naar de absolute top van de financiële hiërarchie in het profpeloton. Volgens La Gazzetta dello Sport ligt zijn nieuwe salaris rond de acht miljoen euro per jaar — een bedrag dat alleen door Tadej Pogačar wordt overtroffen.

De deal van Evenepoel is nog niet officieel bevestigd, maar andere bronnen binnen het peloton geven aan dat het om een meerjarig contract gaat met een basisloon tussen de zes en zeven miljoen euro. Bonussen en prestatiegerichte betalingen kunnen het totaal zelfs richting de twintig miljoen euro over drie jaar duwen. Hoe dan ook: Evenepoel stijgt met stip in de top 10 van de best betaalde renners ter wereld (zie onder)

Pogacar blijft de best betaalde

De Sloveen Tadej Pogacar blijft de absolute nummer één op het gebied van loonstrookjes. Bij zijn ploeg UAE Emirates-XRG zou hij volgens ingewijden tussen de acht en twaalf miljoen euro per jaar verdienen, afhankelijk van bonussen. Zijn contract loopt nog tot 2029, dus voorlopig zal niemand hem zomaar van de troon stoten.

Direct daarachter vinden we nu Evenepoel, gevolgd door tweevoudig Tourwinnaar Jonas Vingegaard. Die verdient bij Visma | Lease a Bike tussen de 4,5 en 5,5 miljoen euro per jaar - opvallend minder dan zijn directe concurrenten. De ploeg hanteert naar verluidt een model waarbij toppers iets minder krijgen zodat er meer overblijft voor de breedte van de selectie.

In de subtop bevinden zich onder anderen Wout van Aert (Visma | Lease a Bike), Mathieu van der Poel (Alpecin-Deceuninck) en Primož Roglič (Red Bull-BORA-Hansgrohe), allen met een jaarsalaris boven de vier miljoen euro. Van Aert tekende onlangs zelfs een van de eerste 'levenslange' contracten in het peloton.

Grote verschillen

Achter deze top zes volgt een tweede groep met renners als Mads Pedersen, Tom Pidcock, Egan Bernal en Carlos Rodríguez, met salarissen tussen de twee en drie miljoen euro per jaar.

Verderop in het peloton loopt het flink uiteen. Superknechten als Sepp Kuss, Simon Yates en João Almeida zitten vaak tussen de 1 en 2 miljoen euro per jaar.

De gemiddelde WorldTour-renner verdient tussen de €250.000 en €400.000, maar er zijn ook renners - zelfs bij topteams - die minder dan €150.000 op hun bakrekening bijgeschreven krijgen - medelijden is nog steeds niet nodig. . Het minimumloon in de WorldTour ligt op €42.000 per jaar.

💰 Top 10 best verdienende mannelijke profwielrenners (geschat salaris 2026)

RangRennerGeschat salarisPloeg
1Tadej Pogačar€8 tot 12 miljoen per jaarUAE Emirates-XRG
2Remco Evenepoel€6 tot 8 miljoen per jaarRed Bull-BORA-Hansgrohe
3Jonas Vingegaard€4,5 tot 5,5 miljoen per jaarVisma | Lease a Bike
4Wout van Aert€4 tot 4,5 miljoen per jaarVisma | Lease a Bike
5Mathieu van der Poel€4 tot 4,5 miljoen per jaarAlpecin-Deceuninck
6Primož Roglič€3,5 tot 4 miljoen per jaarRed Bull-BORA-Hansgrohe
7Mads Pedersen€2,8 miljoen per jaarLidl-Trek
8Tom Pidcock€2,5 miljoen per jaarQ36.5 Pro Cycling
9Egan Bernal€2,5 miljoen per jaarINEOS Grenadiers
10Carlos Rodríguez€2 miljoen per jaarINEOS Grenadiers

En de vrouwen?

Bij de vrouwen stijgen de salarissen de laatste jaren gestaag, al blijven ze nog flink achter bij de bedragen in het mannenpeloton. De best betaalde vrouwelijke wielrenner is op dit moment Demi Vollering, die volgens ingewijden richting het miljoen euro per jaar verdient bij SD Worx-Protime.

Daarmee laat ze andere topvedetten als Lotte Kopecky, Elisa Longo Borghini en Marianne Vos achter zich. Dankzij de professionalisering van de Women's WorldTour en de komst van grote sponsors als Lidl en UAE zijn de contracten lucratiever dan ooit, maar het verschil met de mannelijke toppers blijft voorlopig fors.