Van Impe, de laatste Belgische Tourwinnaar, vertelt in de podcast Stamcafé Koers heerlijke verhalen over hoe de renners vroeger behandeld werden in de Tour de France. Zo gaat het over de slaapfaciliteiten, over het menu en ook over zijn collega Joop Zoetemelk, die klaarblijkelijk een bijzondere reputatie had in het peloton.
Slaapzaal
Tegenwoordig zijn de hotels in de Tour de France ook niet altijd van vijf sterren, maar in de jaren dat Van Impe de Tour de France reed (1969-1985), was het van een nog heel andere orde. "We sliepen soms in schoolzalen tijdens de Tour de France. Daar hingen dan dekens en had je allemaal veldbedden. Dat gebeurde een keer of twee per jaar tijdens de Tour de France."
En sliep je daar niet, dan had dat consequenties, aldus Van Impe. "We lagen daar met 180 man of meer, want het personeel sliep daar ook. In de avond kwamen ze dan kijken om te tellen of alle coureurs er wel waren. Ooit is het gebeurd dat Luis Ocaña een hotelkamer had gehuurd. Nou, hij had een kwartier de tijd om terug te komen naar de slaapzaal, want anders lag hij uit koers."
Ook het menu van de dag werd gecontroleerd door de organisatie. "We kregen één menu voor de hele Tour de France. Ze kwamen controleren of dat menu niet stiekem veranderd werd. Het was voor iedereen gelijk. Je kreeg iedere dag haricots verts met puree. Soms een soepje en wat vis en kip. Je ging niet riskeren om iets anders te nemen, want Lévitan en Goddet (Tourdirecteurs toen, red.)... Dat waren geen gewonen, hè."
Joop Zoetemelk
Vervolgens besprak Van Impe de reputatie van Joop Zoetemelk, die klaarblijkelijk om iets bijzonders bekend stond in het peloton. "Zoetemelk kon scheten laten... Dat was dan op de vélo als hij aan het rijden was. Hij kon er wat van... Als je hem ziet, dan moet je hem er maar naar vragen, haha."
Het waren hele andere tijden dan vandaag de dag. "Nu zijn ze al kwaad als er geen airco is, maar wij hadden toen nog geen airco. Die bestond toen nog geeneens volgens mij. De airco bij ons was de gleuf onder de deur waar de wind van onder kwam."
"Maar daar kwam ook de stank van de keuken doorheen als ze in de ochtend om zes uur al biefstuk aan het bakken waren. Dan kwam de reuk naar boven. Dan moest je 's morgens biefstuk met rijst gaan eten... Wij reden weleens drie ritten op een dag."