Maandag maakte de KNWU de selectie van Koos Moerenhout voor het WK in Rwanda bekend. Die bestaat voor de tijdrit uit één renner en in de wegrit uit zes renners. Dat terwijl het er in de rit tegen de klok twee mogen zijn en in de wegwedstrijd acht. De bondscoach legt in een interview met WielerFlits uit waarom de selecties onvolledig zijn.
'Als je twijfelt, ga je niet'
"Het WK in Rwanda kent een loodzwaar parkoers, waardoor niet iedereen daarvoor in aanmerking komt", begint Moerenhout. "Je hebt ook te maken met aparte omstandigheden: het is op hoogte, een Afrikaans klimaat en je moet er een aantal vaccinaties voor nemen. Dat zijn bijkomende factoren. Als je dan twijfelt om te gaan, ga je niet."
Ook het feit dat de renners het nodige te kiezen hebben in de periode rondom het WK speelt een rol. Zo kent het EK, dat meteen na de mondiale titelstrijd volgt, ook een geschikt parkoers voor klimmers. En dan zijn er nog de Italiaanse najaarsklassiekers. Moerenhout wil daarin ook niet de commerciële teams in de weg zitten, geeft hij aan.
"Het was moeilijk om daar een goede weg in te vinden. Want ik vind wel dat je niet naar een WK moet gaan, puur en alleen om er naartoe te gaan. Je moet afreizen omdat je er wilt presteren en er het beste uit wil halen. Ik ben ervan overtuigd dat we dat met deze groep kunnen doen", vertelt de keuzeheer.
Een zestal, plus een reserve
Die groep bestaat uit Thymen Arensman, Koen Bouwman, Frank van den Broek, Bauke Mollema, Sam Oomen en Wout Poels. Een sterk zestal, maar zonder favoriet voor de titel, aldus Moerenhout. "Dat is helemaal niet erg. We hoeven de koers niet te dragen. Daardoor kan ik nu wel bepaalde rollen vrijmaken."
Ondanks dat de selectie dus niet volledig is, is er wel een reserverenner aangesteld. Dat is Menno Huising (Team Visma | Lease a Bike). "Waarom ik Menno niet op voorhand al meeneem als er toch plek is? Dan loop ik al iets op de zaken vooruit, maar dat heeft te maken met het EK. Die selectie is nog niet rond, daar ben ik nog aan het sleutelen", legt Moerenhout uit.
Ook andere Nederlandse klimtalenten als Tijmen Graat en Darren van Bekkum krijgen van de oud-renner dus niet de mogelijkheid om eens aan het grote werk. "Een WK is wel een WK. Dat is niet een wedstrijd waar je zaken gaat leren. Dat kan uiteraard wel, maar dat moet niet het doel zijn om naar een wereldkampioenschap te gaan", klinkt het stellig.
Arensman enige tijdrijder
Thymen Arensman is de enige Nederlander die in Rwanda meedoet aan het WK tijdrijden. Ook die selectie is dus niet compleet, want het hadden er twee mogen zijn. "Ook hierin geldt dat je keuzes moet maken met het EK een week later in het achterhoofd", legt Moerenhout uit. "Bovendien is het tijdritparkoers dermate lastig, dat het niet voor iedere tijdrijder geschikt is."
Moerenhout ging in december al op verkenning in Rwanda. Vooral ook om zijn selectie te kunnen vertellen hoe het er daar uit ziet. "Het is een andere wereld, maar je kunt er wel topsport bedrijven. Het voornaamste is dat het parkoers superzwaar is. Het WK 2024 in Zürich werd al als heel lastig omschreven, maar Rwanda heeft nog duizend hoogtemeters meer."
Tadej Pogacar
Tot slot buigt Moerenhout zich over de vraag hoe Tadej Pogacar verslagen kan worden. Her en der wordt gesuggereerd dat deelname nutteloos is, aangezien de winnaar toch al bekend is. "We doen er allemaal aan mee en jullie (de pers, red.) zijn daar ook grote aanstichters van. Maar de topfavoriet wint vaak niet", klinkt het.
"Nu heeft Pogacar dat de laatste jaren wel redelijk onderuit geschoffeld, maar ook hij moet het toch altijd maar wel doen. Als je naar Rwanda gaat met het idee dat hij daar niet te verslaan is, waar koersen we dan nog voor? Je moet de ambitie hebben om te winnen, ook al is dat tegen Pogacar heel moeilijk."
En dus blikt de Nederlander met het glas halfvol vooruit op de wegwedstrijd. "Het is wel een WK met aparte omstandigheden, selecties die veelal afgeslankt er naartoe gaan. Dat kan een rare koers opleveren. De kunst is om dat in je voordeel te gebruiken", besluit Moerenhout.