Even woord bij daad voegen. Even lik op stuk geven. Even de puntjes op de i zetten. Even de boel ophelderen. Ik ben hier de beste. Nu ben ik de nummer één. Dat zat er zondag allemaal in de krachtsexplosie van Jonas Vingegaard.
Onzin!
De Deen van Visma | Lease a Bike deed een gouden zaak - of rode zaak, beter gezegd - in de tweede etappe van de Vuelta. Hij bevestigde zijn status als topfavoriet voor deze Ronde van Spanje door op de eerste de beste aankomst bergop te winnen.
In een massasprint bergop nog wel. Mooi voer voor journalisten, analisten en podcastmakers, die andermaal aanhaalden hoe bijzonder het is dat Vingegaard tegenwoordig zo explosief is. Onzin! Hij was het altijd al...
Het is een van de grote misvattingen over de tweevoudig Tourwinnaar. Het irriteert me. Hoog tijd voor een tegengeluid dus, met de drie irritantste misvattingen over Jonas Vingegaard.
'Vingegaard was nooit explosief'
Ja, Vingegaard beschikt over meer explosiviteit dan voorheen. Winnen in de rit van zondag, dat had hij twee jaar terug misschien niet in zijn mars. Dat geeft hij zelf ook toe. Maar een flinke versnelling had hij altijd al in de benen.
Ik denk bijvoorbeeld terug aan Super Planche des Belles Filles van 2022. Daar viel hij tot ieders verbazing Pogacar aan in de loeisteile slotkilometer met een verschroeiende versnelling. Of aan de aankomst in Andorra in rit drie van de Vuelta van 2023.
Daar was niet Primoz Roglic, maar Jonas Vingegaard de snelste man achter Remco Evenepoel in de groepsprint bergop. Zelfs zijn allereerste profzege (een rit in de Ronde van Polen 2019) was in een sprint na een lastige heuvelrit - tegen Pavel Sivakov en Jai Hindley.
'Vingegaard koerst te weinig'
De stelling dat Jonas Vingegaard te weinig wedstrijden rijdt is ook je reinste kolder. Het klopt inderdaad dat de Deen weinig klassiekers rijdt. Daar mogen ook de nodige vragen over gesteld worden. Maar zet z'n oorspronkelijke programma van dit jaar op een rij en je schrikt je een hoedje.
De Ronde van de Algarve, Parijs-Nice, de Ronde van Catalonië, Critérium du Dauphiné, de Tour, de Vuelta en nog een kampioenschap in het najaar. Dat zijn ongeveer 70 koersdagen. Daar kan een Pogacar niet tegenop, laat staan een Mathieu van der Poel.
De wereldkampioen rijdt natuurlijk wel een veel diverser programma, maar zeker niet meer dan Vingegaard. Wie stelt dat de Deen te weinig koerst, kijkt waarschijnlijk met een veel te beperkte blik naar de wielersport.
'Vingegaard is mentaal zwak'
Jonas Vingegaard wordt veelal weggezet als een saaie gast. Klopt misschien ook wel, maar dat betekent niet dat hij automatisch ook een mentale zwakkeling is. Want ook dat wordt geregeld over 'm gezegd.
Kijk alleen al naar de manier hoe hij zich in 2024 terugvocht na de vreselijke crash in het Baskenland. Of hoe hij dit jaar na de mokerslag op Hautacam een weergaloze klimtijdrit aflegde en Remco Evenepoel zelfs inhaalde.
Natuurlijk, als je Vingegaard naast Pogacar zet is hij saai, minder explosief, rijdt hij een minder divers programma en lijkt hij mentaal minder sterk. Maar denk de Sloveen weg en je heb een gigantische klasbak die overal waar hij start meedoet voor de overwinning en aanvallend koerst, zelfs na de grootste tegenslagen.
Laten we daar deze Vuelta vooral van genieten!