Jonas Vingegaard reed Giulio Ciccone snoeihard uit het wiel en rekende af met de onoplettendheid van João Almeida en UAE. Maar het was uiteindelijk Tom Pidcock die als tweede over de streep kwam in het skioord Valdezcaray. Een bijzonder knap resultaat van de 26-jarige Brit van Q36.5 Pro Cycling Team.
"Ik voelde me heel goed", reageerde hij na afloop voor de camera's. "Toen Jonas en Ciccone gingen, was het heel moeilijk om mee te springen. Jonas heeft altijd vier ploegmaats ertussen zitten en Lidl-Trek zat op kop. Maar ik dacht dat Almeida het perfecte wiel was om misschien terug te komen."
Almeida pissig: 'Hij zei dat ik ballen moest tonen'
Daar kreeg Pidcock bijna gelijk in. Samen met Almeida kwam hij tot op zeven tellen van Vingegaard, die Ciccone toen al lang gelost had. De Portugees kon dat tempo echter niet volhouden en was daarna pissig op Pidcock. De Brit draaide namelijk nauwelijks mee, maar daar had hij een goede reden voor.
"Ik kon niet zoveel helpen. Hij schreeuwde naar me, maar hij reed als een tractor op dat vlakke stuk en in de laatste kilometer. Dat was echt indrukwekkend, chapeau naar hem. Uiteindelijk kon ik hem nog net voorbij op de streep", lacht Pidcock.
De interviewer vroeg de kopman van Q36.5 wat Almeida precies naar hem riep. "Hij zei dat ik wat ballen moest tonen, haha. Ik zei tegen hem: 'als je wat langzamer rijdt, kan ik meedraaien."
'Jonas is Jonas'
Pidcock kwam uiteindelijk op 24 seconden van Vingegaard over de streep. Hij won veel tijd op de andere klassementsrenners en staat nu vierde in het algemeen klassement. Zijn achterstand op Torstein Traeen bedraagt ruim anderhalve minuut.
Een knap resultaat, maar Pidcock was vandaag vooral bezig met de etappezege. "Maar Jonas is Jonas, je moet hem geen gat geven. Maar ik mag tevreden zijn. Ik denk dat het moeilijk is om precies te weten wat mijn mogelijkheden zijn. Soms ben ik wat voorzichtig, maar dit geeft me vertrouwen voor de lastige dagen die nog komen."
Vooral het feit dat hij klimmers als Ciccone veel tijd aansmeerde doet Pidcock goed. "Ik zag ze allemaal sprintjes trekken halverwege de beklimming en ik dacht dat ze daar later wel de rekening voor zouden betalen. Maar er is voor mij nog een lange weg te gaan, ik ga nog geen conclusies trekken."