Twee weken voor het overlijden van Walter Godefroot bracht Patrick Lefevere hem nog een laatste bezoek. Met tranen in de ogen doet Lefevere zijn verhaal bij de Vlaamse krant Het Nieuwsblad.
“Zijn echtgenote Micheline zei dat praten moeilijk was geworden, maar hij herkende mij meteen. ‘Feverke kom, we gaan ons in de zetel zetten.’ Zo noemde hij mij altijd. Ik ben zo blij dat ik nog langs ben geweest. Ik had het mezelf nooit vergeven als ik Walter niet meer had gezien.”
Van jonge ploegleider tot leermeester
De band tussen Lefevere en Godefroot gaat decennia terug. In 1980 belde Godefroot hem voor het eerst:
“Hij was toen ploegleider bij IJsboerke, ik was een snotaap van 25. Hij zei: ‘Ik heb je bezig gezien, je doet dat niet slecht. Ik heb een sponsor gevonden met Capri Sonne, ik zou je er graag bij hebben.’”
Toen de Capri Sonne-ploeg stopte, nam Godefroot Lefevere later opnieuw mee naar Lotto en vervolgens naar Weinmann. Daar gaf hij hem het laatste zetje: “Hij zei: ‘Feverke, nu heb je genoeg geleerd om op eigen benen te staan.’”
Een palmares om u tegen te zeggen
Als renner was Walter Godefroot een groot kampioen: winnaar van Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik, Gent-Wevelgem en tweemaal de Ronde van Vlaanderen. “Hij moest het opnemen tegen legendes als Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck, en toch heeft hij zijn plaats veroverd,” aldus Lefevere.
Een tandem in de volgwagen
“Als ploegleiders waren we een goede tandem. Coureurs kwamen vaak eerst naar mij met hun problemen, en samen losten we ze op. Walter was mijn leermeester, de carrière die ik nadien heb gemaakt heb ik grotendeels aan hem te danken.”
Zijn belangrijkste les? “Een wielerploeg is een huis en het personeel is de fundering. Renners zijn passanten: ze vertrekken zodra ze elders meer verdienen. Dat geldt vandaag nog steeds.”
Respect tot het einde
Voor Lefevere blijft het respect onvoorwaardelijk: “Walter was zo goed voor mij. Hij was een verstandige man, ook al zei hij soms dat hij spijt had dat hij zijn talen niet beter sprak. Het hield hem niet tegen om aan het hoofd te staan van T-Mobile, één van de grootste internationale ploegen.”
Lefevere besluit emotioneel: “Voor Walter heb ik alleen maar het allergrootste respect. Als ik iemand iets slechts over hem hoor vertellen, sla ik op zijn muil. Als hij geen tweede vader voor mij was, dan toch een grote broer.”