Veertig jaar geleden leek de Schot Robert Millar op weg om als eerste Brit een grote ronde te winnen. In de Vuelta a España 1985 had hij het geel stevig in handen, maar een Spaanse combine veranderde alles. Het leidde tot een zege voor Pedro Delgado en een hoofdstuk dat de geschiedenisboeken in ging als de gestolen ronde.
Spanje in de jaren tachtig
Midden jaren tachtig zocht Spanje, na decennia dictatuur onder Franco, naar een nieuwe nationale identiteit. Sport, en vooral de Vuelta a España, speelde daarin een verbindende rol. Na eindzeges van Bernard Hinault en Éric Caritoux snakte het land naar een eigen held in het amarillo.
De editie van 1985 bood een unieke mix:
- de eerste Amerikaanse profploeg, Team Xerox-Philadelphia Lasers
- een Sovjetselectie van staatsamateurs
- de lichtgewicht klimmers van Café de Colombia
- en een ambitieuze Spaanse kopman: Pedro Delgado, net voor een half miljoen gulden gekocht door Orbea-Gin MG.
Eerste signalen: Millar grijpt de macht
De proloog in Valladolid werd verrassend gewonnen door Bert Oosterbosch, vóór een piepjonge Miguel Induráin. In de vroege bergetappes toonde Delgado zich sterk, maar verloor ook al vroeg minuten. Het was uiteindelijk Millar die in de tiende etappe de leiding pakte, dankzij een slimme aanval in de heuvels van Catalonië.
De Schot leek ongenaakbaar: constant, koel, en met een reputatie als klimmer die nooit écht door het ijs zakte. Toch groeide de wrevel in het peloton. Millar was een buitenbeentje: vegetariër, eigenzinnig, en niet geliefd bij de Spanjaarden.
Het Spaanse monsterverbond
De beslissing viel in de slotweek. Terwijl Millar zich focuste op zijn directe rivalen – de Colombiaan Rodríguez en de Bask Ruíz Cabestany – smeedden de Spaanse ploegen een pact.
Op de zware etappe richting Segovia profiteerde Delgado optimaal. Met lokale kennis van de wegen, regen en mist als bondgenoten, en steun van ploegmaat Recio, vloog hij in de afdaling naar voren. De cameramotoren hielpen volgens critici ook mee.
Millar zag te laat hoe zijn droom uit zijn handen glipte. Terwijl hij in de achtervolgende groep dacht de koers te controleren, liep het Spaanse duo steeds verder uit. Bij de finish was de schade fataal: Delgado, ogenschijnlijk kansloos gestart, pakte de eindzege.
“Ik ben verraden”
Na afloop sprak Millar harde woorden: “Iedereen reed om mij te laten verliezen. Ik had geen enkele ploegmaat meer bij me. Dit was geen sportieve nederlaag.” Ook ploegleider Berland sprak van een schandaal: rivalen zouden hebben opgehouden met rijden, terwijl Delgado vrij baan kreeg.
Geruchten deden de ronde over gesaboteerde ploeggenoten bij spoorwegovergangen, gemiste dopingcontroles en een koersorganisatie die een Spaanse winnaar verkoos boven een dwarse Brit. Waar rook was, leek ook vuur.
De erfenis van de Vuelta a España 1985
Voor Millar bleef het bij pijnlijke ereplaatsen: tweede in de Vuelta (1985 en 1986), derde in de Giro (1987) en tiende in de Tour (1989). Delgado daarentegen groeide uit tot nationale held, met later ook een Tourzege op zijn naam.
De Vuelta a España 1985 staat sindsdien bekend als de gestolen ronde. Niet alleen een verhaal van wielrennen, maar ook van nationalisme, list en koerspolitiek.
Er verscheen in onze geprinte Vuelta-special een langere versie van dit verhaal, opgetekend door Harry Ruiterkamp