In zijn column voor de Stentor benadrukt Arjan Schouten dat de Vuelta 2025 opnieuw laat zien hoe kwetsbaar het wielrennen is. De voortdurende protesten maken volgens hem duidelijk dat de sport, die zich afspeelt op de openbare weg, nauwelijks te beschermen is tegen invloeden van buitenaf.
Wielrennen als openluchttheater – kracht én zwakte
“Wielrennen op de openbare weg is altijd kwetsbaar gebleken,” schrijft Schouten. Hij wijst op eerdere voorbeelden: Tom Dumoulin die tussen demonstrerende boeren belandde, of Bernard Hinault die in 1984 op de vuist ging met havenarbeiders. Dat de Vuelta nu getroffen wordt door felle pro-Palestijnse protesten, noemt hij “geen verrassing”.
Geen simpele oplossing voor protesten
Volgens Schouten is het vrijwel onmogelijk om de koers volledig te beveiligen. Een stadion kun je afsluiten, maar een wielerparcours niet. “Wil je aan dat vrije decor niets inleveren, dan moet je daar als wielersport ook mee zien te dealen in extreme situaties,” stelt hij.
Aanpassingen van routes, schrappen van slotklimmen en zware politie-inzet zijn volgens hem voorlopig de enige manier om de koers richting Madrid veilig te houden.
Politiek en geld vergroten de kwetsbaarheid
Schouten plaatst de gebeurtenissen in een bredere context. Teams als UAE, Bahrain-Victorious en Israel-Premier Tech roepen ethische vragen op, net als een WK in Rwanda of projecten met Saoedisch geld. “Met de openbare weg als speelveld is de wielersport uitermate kwetsbaar,” concludeert hij.
Volgens hem toont deze ramp-Vuelta 2025 nog maar eens aan dat de wielersport niet de infrastructuur heeft om de gevolgen van zulke keuzes op te vangen – in tegenstelling tot voetbal of Formule 1.