Achtergrond

Wout van Aert over dieptepunt van het seizoen: 'Probeerde toen iemand te zijn die ik niet echt ben'

Wout van Aert won dit seizoen zowel in de Giro d'Italia als Tour de France etappe, maar viste er ook een paar keer naast.

Tim Beck Leestijd 2 minuten
Wout van Aert Wout van Aert
Mathieu van der Poel Mathieu van der Poel
Neilson Powless
logo Dwars door Vlaanderen Dwars door Vlaanderen
Wout van Aert

Wout van Aert was in het voorjaar bijvoorbeeld goed in orde, maar kon niet opboksen tegen vooral Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel. Toen die twee er niet bij waren, piste hij ook naast de pot in de veelbesproken Dwars door Vlaanderen, waar Neilson Powless won tegen een overmacht van Team Visma | Lease a Bike-renners.

Van Aert twijfelde aan voorbereiding

Doordat Van Aert de call maakte, ging de Nederlandse ploeg voor een sprint met hem en besloten hij en Matteo Jorgenson en Tiesj Benoot niet om de beurt aan te vallen. In Het Nieuwsblad noemt Van Aert het vooral een dieptepunt omdat hij in de finale 'een ander persoon werd.' "Mocht ik alleen met Powless voorop rijden en de sprint verliezen, dan kan je zeggen: het is raar dat ik verlies, maar oké."

"Als je met drie ploegmaten voorop bent en je verliest, heb je altijd iets fout gedaan. Ik denk dat ik toen iemand probeerde te zijn die ik niet echt ben. Dat heeft zich direct gewroken.”

Van Aert beaamt dat de druk hem die dag parten speelde. "Ik denk dat ik zelfzeker ben, met veel druk om kan gaan en in mezelf geloof. Maar net als iedereen heb ik momenten dat het minder gaat. Toen was ik onzeker. De hoogtestage voorafgaand aan die wedstrijden verliep goed, maar de E3 Saxo Classic viel tegen."

"Dan begon ik te twijfelen of mijn voorbereiding wel de juiste was geweest. Toen we met vier voorop kwamen, dacht ik meteen: ‘Als ik hier vandaag win, kan ik het eindelijk nog eens laten zien.’ Dan ben je niet bezig met de wedstrijd als ploeg af te ronden, maar met externe zaken."

 Concurrentie Mathieu van der Poel

Van Aert vertelt dat hij nog even ambitieus is als vroeger, maar dat hij een ereplaats wel beter kan plaatsen. Zo kon hij dit seizoen goed leven met een vierde plaats in de Ronde van Vlaanderen. "In 2020 wilde ik mezelf enkel zien als een van de beste of zelfs de beste wielrenner ter wereld. Als dat niet lukte, was ik heel teleurgesteld."

Nu is dat anders. "Nu kan ik heel eerlijk toegeven dat ik Van der Poel, Pogacar of Pedersen kan kloppen, maar dat ik er een uitzonderlijke dag voor nodig zal hebben. En dat het iets is dat ik niet elke dag van het jaar kan doen. Dat zorgt ervoor dat ik een vierde plaats ook weet te waarderen. En er waren ook de omstandigheden: in de aanloop naar de Ronde leek het er niet op dat ik ineens beter zou zijn dan Pogacar of Van der Poel."