Hoogte speelt sleutelrol op WK
Dat Remco Evenepoel in Rwanda zijn derde wereldtitel op rij veroverde was geen verrassing. Maar het enorme verschil met Tadej Pogacar deed heel wat wenkbrauwen fronsen. Volgens bondsdokter Kris Van der Mieren van België is er één bepalende factor: de hoogte.
"Je hebt nu eenmaal renners die beter tegen die hoogte kunnen dan anderen", vertelt hij vanuit Kigali aan Sporza. De Rwandese hoofdstad ligt op 1.400 à 1.500 meter hoogte. "Sommige coureurs kunnen daar blijkbaar beter tegen en verliezen minder kracht."
De drie motoren van het lichaam
Van der Mieren legt uit: “Je hebt drie motoren in je lichaam. De eerste is de vetverbranding, een basismotor die zuurstof nodig heeft. De tweede is de aerobe suikerverbranding, die eveneens op zuurstof draait. De derde motor is de anaerobe suikerverbranding, die geen zuurstof nodig heeft.”
Op hoogte is de zuurstofconcentratie lager, wat automatisch leidt tot prestatieverlies. “Dat geldt voor iedereen, maar sommige sporters benutten de beschikbare zuurstof beter. Daarbij springt de derde motor sneller bij als de andere twee het laten afweten.”
Volgens Van der Mieren wordt een groot deel van de prestatie tijdens de tijdrit geleverd door die derde motor. “Dat lukt alleen als je er aanleg voor hebt, er speciaal voor getraind bent én volledig uitgerust aan de start verschijnt.”
Vermoeidheid breekt Pogacar mogelijk op
Een vermoeid lichaam kan die anaerobe motor nauwelijks aanspreken. Volgens Van der Mieren was dat mogelijk hét probleem van Pogacar. De Sloveen kampte al met vermoeidheid na de Tour, was ziek voor de Canadese koersen en vloog daarna nog heen en weer.
“Misschien hangt de jetlag nog in zijn lichaam, dat kan in een week wegtrekken. Maar als dat niet de oorzaak was, dan denk ik dat hij het zondag in de wegrit moeilijk zal krijgen tegen een super Remco Evenepoel.”
Waarom Kigali anders is dan de Tour
Presteren op hoogte was eerder in de Tour de France ook al een issue bij Pogacar. Maar dat probleem lijkt inmiddels verholpen. Toch is Kigali een ander verhaal, aldus Van der Mieren.
“In de Tour rijd je ook etappes met meer dan 5.000 hoogtemeters, maar daar zit je slechts een uur of twee op die hoogte. In Rwanda rijden de renners de hele koers op 1.500 meter. Dat maakt dit WK uniek. Je zag hoe zelfs een renner met een enorme motor als Pogacar erdoor zakte.”
Extra uitdaging: de hitte
Naast de hoogte speelt ook de temperatuur een rol. "Het is hier niet snikheet, een graad of 27, maar het gaat vooral om de combinatie met de hoogte. Stel dat je niet zo goed geacclimatiseerd bent, dan kan je makkelijk 5 tot 10 procent prestatieverlies lijden. En of de renners dat voelen."