Pogacar over het zogenaamd zwaarste WK in jaren
Er wordt al weken gesproken over het zwaarste WK wielrennen in lange tijd. Maar Tadej Pogacar twijfelt. “Ik weet het niet. Op papier is het inderdaad een van de lastigste. Maar het lokale circuit vind ik zelf niet zo heel moeilijk. Je hebt weliswaar twee steile klimmetjes, waarvan een op kasseien, maar die zijn niet superlang.”
Volgens de Sloveen maken snelle afdalingen het verschil. “Er zijn flink wat stroken die behoorlijk snel naar beneden gaan en goed bollen. Sommige hoogtemeters kan je bij wijze van spreken gratis overwinnen. Maar goed, met Mount Kigali er ook nog bij zal er wel het meest in jaren moeten geklommen worden.”
Hoogte maakt Rwanda extra lastig
Niet alleen de klimkilometers spelen mee, ook de hoogte kan voor problemen zorgen. “Veel mensen hebben de hoogte te snel geminimaliseerd. Ik weet: het is geen 1.800 of 2.000 meter, maar ook 1.500 meter voel je echt wel. Ik ben blij dat ik op tijd naar hier gekomen ben.”
Daarnaast noemt hij de omstandigheden verraderlijk. “Zelfs het weer is vreemd. Het is warm, nu eens vochtig, dan weer niet. Echt tricky. Als je gewoon op straat wandelt, heb je het niet in de gaten. Dan voelt het best goed. Maar op de fiets wordt alles anders.”
Mount Kigali als scherprechter
Ondanks zijn relativerende woorden erkent Pogacar dat Mount Kigali de koers een ander gezicht geeft. Met de lange, zware klim erbij kan Rwanda alsnog een van de lastigste WK’s in jaren worden.
"Ik vind het alleen jammer dat ze Mount Kigali zo vroeg in de wedstrijd hebben gelegd. Alles anders zou veel leuker geweest zijn. Nu ligt hij net over halfweg."