De wereldtitel van de Canadese was een daverende verrassing. Het liet ook zien dat de aanvallers niet per se in het nadeel zijn op het rondje in Rwanda. Dat is ook wat Thijs Zonneveld opviel van het WK wielrennen tot nu toe. "Er zijn weinig koersen die op een hoogvlakte beginnen, waar je dus begint met koersen op hoogte. Het is voor mij herkenbaar uit de Qinghai Lake Tour", zo vertelt hij in de podcast In de Waaier.
Tegen een muur aan rijden
Die koers in China is in de uitlopers van de Himalaya en start op 2300 meter. Een stuk hoger nog wel dan in Rwanda, maar Zonneveld ziet eenzelfde effect. "Je rijdt sneller doordat er minder luchtweerstand is", legt hij uit. "Als je een gecontroleerde inspanning doet, denk je dat je goede benen hebt. Totdat je demarreert en in je anaerobe zone komt."
Dat is de zone waarin je verzuurt. De zone waarbij je dus in het rood gaat. "Als je daarin komt, rijd je tegen een muur op. Als je dan demarreert, denk je: 'Wow, dit gaat hard.' Maar na dertig seconden rijd je tegen een muur op. Ik heb het gevoel dat we dat telkens zien. Iedereen voelt dat je een inspanning terugbetaalt, waardoor je een vrij afwachtende koers krijgt."
'Moeilijk om het verschil te maken'
Net vanwege die inspanning in het rood worden koersen vaak beslist, aldus Zonneveld. "Dat minuutje of vijf minuten waarin het heel hard gaat, zijn de toppers vaak ook het beste in. Dat zijn vaak degenen die boven de gecontroleerde zone nog het verschil kunnen maken. Maar dat is op dit rondje moeilijk om te doen. Dat zag je heel duidelijk terug bij de vrouwen."
Zonneveld zag bij vrouwen en beloften mannen hetzelfde gebeuren
Iedere renster die een pijl verschoot, moest dat terugbetalen. "Longo Borghini deed een enorme inspanning, daarna reed Reusser iedereen eraf en implodeerde volledig, Le Court deed een enorme inspanning om terug te keren bij Reusser en stond op het volgende klimmetje stil... Bij de beloften zakte Jarno Widar er volledig doorheen. Het is lastig voor de pure favorieten om naar een klimmetje te rijden en iedereen eraf te kletsen. De meest traditionele manier om te winnen, lijkt daardoor niet helemaal te werken in Rwanda."
Daardoor hebben de durfals meer kans volgens Zonneveld. Renners die op een gecontroleerde manier kunnen wegrijden. "Je moet het kunnen volhouden, maar ze zijn wel in het voordeel. Als je vooraan gecontroleerd een inspanning kunt doen. Telkens tachtig procent de afdaling en negentig procent de klimmetje, dan kom je een heel eind. Het is een gunstige manier om in de finale te komen."
Wie is de Vallieres bij de mannen?
Bij de mannen is het parkoers iets anders, want daar moet op tweederde van de koers nog de Mount Kigali beklommen worden. Vanaf daar is het nog negentig kilometer naar de meet. "Een aantal semi-favorieten denkt dat het best slim is om weg te raken in de voorfinale. Het is zo moeilijk om een gat te dichten en je bent op dit parkoers ook snel je ploeg kwijt."
Wie zijn dan de renners die bij de mannen die rol op zich kunnen nemen? "Ilan Van Wilder of Cian Uijtdebroeks. Ga maar en kijk maar waar je uitkomt. Bauke Mollema. Waarom niet? Frank van den Broek is daar ook goed in. Jay Vine. Als die mee schuift in een groepje en die kan nog vier rondjes met een groepje rijden en dat hij dan zelf gaat... Ik zou hem niet laten rijden. Marc Soler. De Colombianen... Richard Carapaz, die op hoogte geboren is. Ben Healy. Ik hoop dat dat soort gasten van ver durven te koersen."