Tadej Pogacar was op het WK in Rwanda natuurlijk de man van de dag, maar na afloop ging het ook veel over Remco Evenepoel, die een tumultueuze koers reed met onder meer twee fietswissels. Tom Dumoulin herkende zichzelf in het gedrag van Evenepoel, dat door Thijs Zonneveld in de podcast In de Waaier wordt geanalyseerd.
'Een wandelende soap die jongen'
"Hij heeft veel strijd geleverd, maar vooral tegen zichzelf", aldus Zonneveld. "Het viel tegen, maar ook weer mee op het eind. Die jongen is een wandelende soap. Je krijgt goede tijden, slechte tijden in één wedstrijd. Alle emoties komen voorbij. Van tevoren wordt hij wereldkampioen, dan zet hij zijn hele ploeg op kop en vervolgens zakt hij op Mount Kigali in één kilometer vanuit het wiel van Pogacar naar plaats veertig..."
Evenepoel was daarvoor met zijn fiets door een gat gereden, waardoor zijn zadel een beetje naar beneden was komen te staan. Hij wisselde niet veel later van fiets om daarna nog eens te wisselen van fiets, die volgens zijn mecanicien desondanks perfect in orde was. "Dat die mecanicien reageert, vind ik ook opvallend. Die denkt volgens mij gewoon: fuck you."
Het miepen van Evenepoel
Ondanks dat Evenepoel vertelde dat hij net voor de tweede wissel te veel last had van zijn lichaam om nog door te rijden, snapt Zonneveld die actie niet. "Hij begon te miepen dat zijn fiets niet goed was. Die mecanicien zegt dat hij alles heeft nagemeten. Die zei dat hij niet wist wat er mis was met de fiets. Het kan zijn, maar hoe Evenepoel ermee omging..."
Bij de tweede stop deed Evenepoel volgens Zonneveld alles fout. "Je leert bij de junioren dat je zo lang mogelijk doorrijdt. Hij legde gewoon geen afstand af. Evenepoel doet wat iedere junior weet wat je niet moet doen... Hij stopt en gaat wachten. Met armgebaren weer, dat verwende. Kwalijk ook naar de mecanicien."
'Gedraagt zich als een kleuter'
Volgens Zonneveld was Evenepoel vooral pissig dat hij Pogacar niet kon volgen. "Het is de enige inspanning die langer is dan een kwartier, op een echte klim wordt hij eraf gereden. Dat gaat hij kijken naar zijn materiaal en de schuld afschuiven. Vervolgens herpakt hij zich en gaat hij weer op kop rijden. Het is bijna bipolair. Het ene moment is hij verslagen en is hij een jankend kind dat loopt te miepen. Hij stond nog net niet stampvoetend aan de kant."
"Dat wordt hij weer op zijn fiets gezet, krijgt hij de geest en rijdt hij die hele groep aan puin. De laatste anderhalf uur is hij weer geweldig en is hij de enige die Pogacar enigszins in bedwang kan houden. Elke keer als de druk hoog wordt, gebeurt dit soort dingen en gedraagt hij zich als een kleuter. Ik zou als ploeggenoot en mecanicien af en toe helemaal klaar zijn met hem. Hij heeft een probleem met tegenslag, maar kan er dan vervolgens ook weer overheen komen."