‘Dit was dodelijk saai’ – kritiek op Pogacar na WK-overmacht
Tadej Pogacar reed in Rwanda naar zijn tweede opeenvolgende wereldtitel, maar de kritiek bleef niet uit. Waar de Sloveen zelf nuchter analyseerde dat zijn aanval al op Mount Kigali de koers besliste, klonk elders frustratie.
Wim Vos, Chef Wielrennen van Het Nieuwsblad, citeerde een ervaren collega-journalist die snoeihard was: “Dit is toch verschrikkelijk voor de sport? Een wedstrijd van 267 kilometer en hoeveel minuten koers hebben we gezien? Tien, vijftien? Dit was dodelijk saai.”
Pogacar zelf ziet enkel logica
Voor Pogacar was het simpel: vroeg aanvallen, vroeg winnen. “Dit parcours was ideaal om daar al voor schade te zorgen. Daarna moest ik zestig kilometer alleen rijden. Dat was veel, maar het is gelukt", zei hij na afloop - het waren zelfs 66,6 kilometer.
Voor de tegenstand leek het een uitputtingsslag; Pidcock noemde het zelfs zijn zwaarste koers ooit. Hij zei, bijna in tranen, dat het hij helemaal naar de kl*te was. Hoe anders was dat bij Pogacar; na afloop was er bij hem geen spoortje van uitputting te bekennen.
Historisch én saai tegelijk
Daar zit de paradox: we leven in een tijdperk waarin Pogacar met vanzelfsprekend gemak de grootste koersen naar zijn hand zet. Dat is historisch. Maar zoals Vos terecht opmerkt in zijn beschouwing: die overmacht haalt ook alle spanning uit de wedstrijd.
Of, zoals Primoz Roglic het verwoordde: “We zitten te kijken naar een renner die een categorie op zichzelf is.”