Achtergrond

Vingegaard als sleutel voor Evenepoel op het EK? Tactische analyse van de machtsblokken op het EK wielrennen

Het EK wielrennen in Frankrijk zal net als het WK in Rwanda een slijtageslag worden. Met één groot verschil: Jonas Vingegaard doet mee.

Tim Beck Leestijd 3 minuten
EK wielrennen
Jonas Vingegaard Jonas Vingegaard
Remco Evenepoel Remco Evenepoel
Tadej Pogacar knipoogt in de gele trui Tadej Pogacar
EK wielrennen

Zo zwaar als het WK in Rwanda zal het wellicht niet worden, maar ook het EK is loodzwaar. De steile Val d'Enfer is de scherprechter, maar halfweg koers wacht ook drie keer de Saint Romain de Lerps. Een serieuze klim van zeven kilometer aan 7,2 procent. Logisch dat Mathieu van der Poel en Wout van Aert er niet bij zijn. Al denkt één klassiekercoureur blijkbaar toch kans te maken in Frankrijk.

Profiel van het EK

Slovenië

De grote favoriet is echter weinig verrassend: Tadej Pogacar. De 203 kilometer lange wedstrijd zal de eerste vijftig kilometer vrij eenvoudig te controleren zijn voor de Slovenen, dat het in Frankrijk zonder Primoz Roglic moet stellen. Wel op de voorlopige startlijst: Domen Novak, Matej Mohoric en Jan Tratnik. Goede renners, maar geen klimmers zoals Roglic. Voor de concurrentie is het dan ook zaak om Pogacar in eerste instantie proberen te isoleren.

De tactiek van Pogacar zal waarschijnlijk niet heel veel verschillen van op het WK in Rwanda. Zichzelf laten afzetten op een punt waar hij de boel uit elkaar kan ranselen en dan maar zien of er iemand mee is. Idealiter zou dat zijn op de derde keer Saint Romain de Lerps. De top ligt op ruim zeventig kilometer van de meet en eenmaal op het tweede lokale rondje zal het niet makkelijk zijn om een achtervolging op gang te krijgen.

Denemarken

Anders dan op het WK in Rwanda is Jonas Vingegaard erbij in Frankrijk. Kortom, de renner die Pogacar normaliter bergop het langst kan volgen. De renner bij uitstek die Pogacar aan banden kan leggen. De Denen hebben achter Vingegaard bovendien nog renners om mee te spelen, zoals Mads Pedersen maar vooral Mattias Skjelmose.

Vingegaard in het wiel dat hij zo goed kent

De kans is dan ook groot dat de Denen een conservatieve en verdedigende tactiek gaan hanteren. Zeker als Pedersen daadwerkelijk in staat blijkt te zijn om lang mee te gaan. Al zal hij dan wel van héél goede huizen moeten komen. Om die conservatieve tactiek optimaal te laten renderen zou het het beste zijn als Vingegaard het wiel van Pogacar houdt (toegegeven: makkelijker gezegd dan gedaan) en vervolgens niet mee te rijden. En van daaruit kijken wat iemand als Skjelmose of zelfs Pedersen zou kunnen.

België

Net van die situatie moeten de Belgen gebruikmaken. In de breedte met onder anderen Maxim Van Gils en Tiesj Benoot zijn ze een stuk sterker dan de Slovenen. De grote vraag is dan ook: wil Evenepoel wéér het één-tegen-één-duel opzoeken of gaat België de kracht van de breedte proberen uit te spelen?

Waar Evenepoel eventueel gebruik van kan maken: de rivaliteit tussen Vingegaard en Pogacar. De Deen is niet vatbaar voor de druk om over te nemen van zijn grote rivaal, terwijl Pogacar het WK al binnen heeft en in de Tour de France liet zien óók best te willen gokken. Net van die twijfel tussen beiden kan Evenepoel weleens profiteren. En als hij eenmaal weg is... Ga hem dan nog maar eens terughalen.

Andere kanshebbers?

Dan zijn er nog genoeg andere renners die op zoek gaan naar dat moment. Jongens als João Almeida, Juan Ayuso, Paul Seixas, Romain Grégoire en Marc Hirschi. Almeida kondigde al aan eerder weg te willen zijn dan Pogacar, maar tegelijkertijd ligt hun grootste kans misschien wel in de fase na de demarrage van de Sloveen. Al leggen ze hun lot dan ook in handen van Vingegaard.

En ja, de tactische bespiegeling kan ook zomaar de prullenbak in. Als Vingegaard ineens wél besluit om mee te rijden of als - en dan is toch nog steeds het meest aannemelijke scenario - Pogacar toch weer iedereen op een hoop rijdt.