Achtergrond

Mario De Clerq: 'Daarom hebben Nederlanders zoveel vrouwelijk talent'

Mario De Clerq ziet het verschil haarscherp: waar Nederland een onuitputtelijke bron van vrouwelijk wielertalent kent, blijft België achter. Zijn verklaring is confronterend voor de Belgen.

André van den Ende
2 minuten
nederlands wielertalent in beeld: Puck Pieterse, Fem van Empel en Shirin van Anrooij

De Clercq luidt de alarmbel over vrouwelijk talent België

Drievoudig Oud-wereldkampioen veldrijden Mario De Clerq is tegenwoordig technisch coördinator bij Pauwels Sauzen-Altez, de ploeg van manager Jurgen Mettepenningen. Hij windt er geen doekjes om: België heeft een groot probleem als het gaat om vrouwelijk wielertalent.

Terwijl in Nederland jaarlijks nieuwe toppers doorbreken, blijft België achter. “De spoeling is te dun, zeker bij Belgische rensters in de cross. Een Belgische die structureel top-10 kan rijden in een tv-cross, is quasi onmogelijk te vinden,” stelt De Clerq bij Wielerverhaal.

Het verschil tussen Nederland en België

Volgens De Clerq ligt de kern van het probleem in de cultuur en opleiding van jonge meisjes. “Als je bij ons aan een verkeerslicht staat, zie je ouders die hun dochters met de auto naar school brengen. In Nederland staat er een file van meisjes op de fiets. Dát is het verschil.”

"In België worden meisjes meer beschermd of gepamperd. Meestal trainen ze ook apart. In Nederland worden de meisjes tussen de jongens gegooid, wat een harde leerschool is. Maar die meer rendeert."

Nieuwe heldinnen trekken nieuwe talenten aan

De Clerq benadrukt ook de rolmodellen. In Nederland inspireren kampioenes als Van Empel, Pieterse, Brand en Alvarado een nieuwe generatie. In België is die kettingreactie stilgevallen sinds Sanne Cant haar topniveau kwijt is. “Bij jonge meisjes doet de naam Cant geen belletje meer rinkelen,” aldus De Clerq.

Het gevolg voor Belgische ploegen

Voor ploegen zoals die van Jurgen Mettepenningen is de situatie lastig. Het team blijft scouten en biedt jonge rensters kansen, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Topteams als Alpecin kunnen hun vrouwen een volwaardig wegprogramma bieden via satellietploegen. Belgische teams missen die structuur.

De toekomst: schaarse lichtpunten

Ondanks alles zijn er beloftevolle namen zoals de 19-jarige Shanyl De Schoesitter, die zich wil meten met de top in de toekomst. Toch blijft de vraag overeind: kan België ooit nog aanhaken bij de Nederlandse talentenfabriek? Ironisch: de andere veldrijdster in de ploeg van Mettepenningen en De Clerq is de Nederlandse belofte Leonie Bentveld. Denise Betsema zal niet meer actief zijn bij de ploeg komend crossseizoen.