Hoe een Belgische wet renners van Lotto en Intermarché in kou laat staan: 'Gedroomde situatie voor de teams, ramp voor de renners'

Renners van Intermarché en Lotto leven massaal in onzekerheid. Adam Hansen legt uit dat ze geen kant op kunnen door een Belgische wet.

renners van intermarché en lotto, die door een belgische wet in onzekerheid leven

De fusie tussen Lotto en Intermarché is nog altijd niet definitief, en de gevolgen daarvan reiken verder dan vergaderzalen en sponsorborden. Tientallen renners leven in onzekerheid. Volgens Adam Hansen, voorzitter van de rennersvakbond CPA, is het probleem mede door een Belgische wet enorm.

“Eigenlijk heeft de UCI goeie reglementen, maar de Belgische arbeidswet gaat hier nog boven,” zegt Hansen tegen Sporza. “Die wet laat de teams toe om zelfs tot 31 december te wachten om de renners iets te laten weten. Dat is de trieste waarheid.”

Renners gegijzeld door hun eigen contract

Wat in eerste instantie een bureaucratisch detail lijkt, blijkt in de praktijk een nachtmerrie voor renners met een doorlopend contract. Ze kunnen nergens heen, want wettelijk ligt de macht bij hun werkgever.

Zolang hun contract loopt, mogen ze niet overstappen naar een ander team zonder toestemming. Bij Intermarché en Lotto kunnen dus afwachten of de fusie realiteit wordt, terwijl hun renners met de rug tegen de muur staan. “De teams kunnen beslissen of ze een renner willen houden of niet, maar de renner zelf kan niets ondernemen om te vertrekken,” aldus Hansen.

Voor wie in het peloton leeft, betekent dat maanden van stress. Wie pas in oktober of november hoort dat hij mag vertrekken, heeft al gauw geen ploeg meer om naartoe te gaan. Normaliter zijn veel selecties voor het nieuwe seizoen zijn dan al rond.

De fusie als testcase: wie verliest zijn plek?

Bij Lotto en Intermarché samen lopen momenteel 43 renners rond, terwijl de nieuwe ploeg er volgens de regels maar 30 mag inschrijven. Een wiskundig probleem, met menselijke gevolgen. Adam Hansen, die eerder al aan de bel trok, noemt het “een gedroomde situatie voor de teams, maar een ramp voor de renners.”

Sommigen weten dat ze mogen blijven, anderen wachten op nieuws. En dat nieuws komt maar niet. “Zelfs renners die 100% zeker mochten blijven, kwamen bij mij aankloppen om te weten of ze er nu bij waren of niet. Dat bewijst hoe slecht de communicatie is tussen de ploeg en de renners,” zegt Hansen.

De situatie werd nog pijnlijker toen bleek dat zelfs renners die al een andere ploeg hadden gevonden, niet mochten vertrekken. Teams hielden hun hand boven het contract, uit angst later iemand tekort te komen.

Wettelijk machtsspel zonder winnaars

Volgens Hansen toont dit alles hoe scheef de machtsverhoudingen in het wielrennen zijn. De UCI mag regels hebben, maar zolang de nationale wetgeving teams beschermt, blijft de renner de zwakste schakel.

“Wij willen dat er in de toekomst een beter protocol is bij zulke fusies, waarbij renners veel eerder duidelijkheid krijgen,” zegt hij. Tot dat zover is, blijft het machtsspel doorgaan – met de renners als pionnen.

De Belgische wet is ooit bedoeld om arbeidszekerheid te waarborgen, maar in de praktijk zorgt ze nu voor het omgekeerde: zekerheid voor de teams, onzekerheid voor de renners. En dat maakt het wielerleven van contract tot contract soms meer een juridisch spel dan een sportieve uitdaging.