‘Wielrennen voelde ineens levensgevaarlijk, op de step vond ik mijn rust terug’

Na een zwaar ongeluk durfde Jeroen van Kesteren niet meer te wielrennen. Steppen gaf hem opnieuw vertrouwen in bewegen – en vrijheid zonder angst.

Zeventigjarige man stept ontspannen over een rustig, groen fietspad in de ochtendzon.

Angst na een valpartij

Twaalf jaar geleden veranderde één moment alles voor de Brabander. Tijdens een rit op zijn racefiets ging het mis: een val die hem niet alleen lichamelijke pijn bezorgde, maar vooral mentale littekens achterliet.

"Ik ben daar zo van geschrokken dat ik het niet meer durfde," zegt hij in Tubantia. De racefiets verdween voorgoed in de schuur. Zelfs de stadsfiets bleef stof vangen.

Wat volgde was stilte – geen peloton, geen snelheid, alleen het besef dat wielrennen gevaarlijk is. Tot Jeroen toevallig een step zag. Geen elektrische, maar een klassieke, sportieve step met luchtbanden. "Ik dacht: waarom niet? Ik probeer het gewoon."

Minder snelheid, meer rust

Waar wielrennen draait om adrenaline, draait steppen om ritme. "Het gaat minder hard dan wielrennen en voelt daardoor veiliger,’ zegt Jeroen. En dat blijkt precies wat hij nodig had: de controle terugkrijgen zonder constant te denken aan wat er fout kan gaan.

Trainer Agnes Bossink van Stepteam Twente herkent dat. "Steppen is laagdrempelig en veel minder belastend voor je lichaam dan hardlopen,’ legt ze uit. ‘Voor mensen die geblesseerd zijn geraakt of bang zijn om opnieuw te vallen, is het een ideale tussenstap."

Het idee dat langzamer gaan juist bevrijdend kan zijn, is iets waar veel sporters pas na een val achter komen.

Veiliger dan je denkt

Volgens Peter Groeneveld, wereldrecordhouder steppen, is de kans op serieuze blessures klein. "Als je een goede techniek hebt, kun je de belasting op je voeten en pezen goed doseren,’ zegt hij. En het belangrijkste: je hebt geen verkeer dat je van de weg rijdt.

Jeroen beaamt dat. "Op de step voel ik me nooit opgejaagd. Geen vrachtwagens die te dicht langs je rijden, geen peloton dat duwt. Ik bepaal zelf het tempo."

Het is niet alleen fysiek veiliger, maar ook mentaal rustiger. Het idee dat hij iets gevaarlijks achter zich heeft gelaten, geeft ruimte om opnieuw plezier te vinden in buiten zijn.

‘Ik ben te snel voor hardlopers, te langzaam voor wielrenners’

Dat is de grap die Jeroen graag maakt. Maar ergens zit er een kern van waarheid in. Hij beweegt zich letterlijk tussen twee werelden: de ene te snel, de andere te gevaarlijk.

Steppen is geen mainstream sport, maar dat maakt het juist aantrekkelijk. "Ja, mensen kijken weleens verbaasd,’ zegt step-expert Vincent Gooiker uit Hengelo. "Dat zegt meer over hen dan over jou. Je breidt hun horizon uit."

En precies dat gevoel – doen wat goed voelt, ongeacht wat anderen denken – is wat Jeroen op de fiets kwijt was geraakt.

De sport die zijn vertrouwen teruggaf

Wat begon als een toevallige ontdekking, groeide uit tot een nieuwe manier van bewegen. Jeroen rijdt tegenwoordig geregeld met Stepteam Twente, puur voor het plezier. Geen Strava-sessies, geen sprintjes om KOM’s, gewoon trappen en kijken wat er op je pad komt.

"Ik had nooit gedacht dat ik dit nog zou vinden", zegt hij. "Wielrennen voelde gevaarlijk, maar steppen voelt veilig. En dat is voor mij het belangrijkste."

Noot: de man op de foto is niet Jeroen van Kesteren, maar een algemeen beeld van een stepper.