Krijgt Rwanda zijn eigen WorldTour-koers? 'We willen dat het WK een blijvend erfgoed nalaat'

Een nieuw hoofdstuk voor het wielrennen: Rwanda wil na het succesvolle WK een vaste plek in de WorldTour - en de UCI ziet het zitten.

tadej pogacar en isaac del toro tijdens het wk wielrenne in rwanda op de mur de kigali

Rwanda ruikt aan de WorldTour

Na het historische WK op Afrikaanse bodem smaakt Rwanda naar meer. De UCI en de Rwandese wielerbond werken achter de schermen aan een nieuwe koers die het wielrennen definitief op de Afrikaanse kaart moet zetten. Het land van de duizend heuvels wil geen eendagsvlieg zijn, maar een blijvende speler in de internationale wielersport.

Volgens Samson Ndayishimiye, de voorzitter van de Rwandese federatie, is de ambitie helder. “We zouden graag zien dat het WK in Rwanda een blijvend erfgoed nalaat en bestuderen momenteel de beste manier om dat goed aan te pakken”, vertelt hij aan La Dernière Heure.

“Het idee is om te mikken op een hogere categorie dan de Tour du Rwanda, die we uiteraard willen behouden en die trouwens al gepland staat voor 2026.”

UCI ziet potentie in Afrika

De UCI kijkt al langer naar mogelijkheden om de WorldTour geografisch uit te breiden. Een wedstrijd in Afrika zou niet alleen symbolisch zijn, maar ook sportief interessant. Het WK in Kigali bewees dat het continent de logistiek, infrastructuur en fans heeft om een evenement van wereldklasse te dragen.

Voor de UCI is dit bovendien een kans om het wielrennen inclusiever te maken. Afrika is al jaren een broeinest van talent – denk aan renners als Biniam Girmay – maar het ontbreekt nog aan een structureel podium. Rwanda lijkt dat gat te willen vullen.

Van Tour du Rwanda naar iets veel groters

De Tour du Rwanda, inmiddels een vaste waarde op de Afrikaanse kalender, groeide de laatste jaren uit tot een populaire 2.1-koers met internationale deelnemers. Toch ziet de federatie ruimte voor méér. De nieuwe koers moet niet concurreren met de Tour du Rwanda, maar juist een hoger platform bieden.

Ndayishimiye benadrukt dat het plan met zorg wordt uitgewerkt. “De gezamenlijke wil is er, maar we willen de zaken rustig analyseren om de juiste keuzes te maken”, zegt hij tot slot. “We hebben geen strikte deadline vastgelegd, maar het project zou in 2027 kunnen landen.”