Frankrijk betaalt de prijs voor zijn eigen regels
De Franse wielerwereld beleeft een identiteitscrisis, en David Lappartient weet precies waarom. Terwijl buitenlandse ploegen floreren met internationale sponsors, kreunen Franse teams onder de druk van hun eigen systeem. “Er zijn veel extra kosten door het Franse model”, zegt de voorzitter van de UCI in gesprek met Ouest France. “Met hetzelfde budget krijg je minder. Dat is een realiteit die verder gaat dan sport.”
Zijn analyse is even droog als dodelijk: het Franse belastingstelsel en de sociale lasten maken de ploegen minder competitief. Waar buitenlandse teams groeien, vallen Franse formaties weg. Het verdwijnen van Arkéa–B&B Hotels, ondanks een topseizoen, is voor hem hét symptoom van een dieper probleem.
De kloof tussen rijke en arme ploegen
Lappartient erkent dat het wielrennen in een economische spagaat zit. De rijke ploegen trekken internationale sponsors aan, terwijl de rest overleeft op goodwill. “De grote ploegen hebben stevige budgetten, en waar je vroeger met een beperkt bedrag nog goed mee kon doen, ben je vandaag figurant.”
Zijn voorstel om een ‘Budget Cap’ in te voeren – een soort salarisplafond voor teams – werd echter afgeschoten. Opvallend genoeg niet door de rijke ploegen, maar juist door de kleine. “Ik was verbaasd dat vooral de kleinere ploegen het weigerden", aldus Lappartient, die daarmee een pijnpunt blootlegt: zelfs onder druk is het peloton niet in staat zichzelf te hervormen.
De Tour de France als nationale heilige
En dan is er nog de Tour, het Franse kroonjuweel waar niemand aan durft te komen. Lappartient weet dat de koers commercieel goud waard is, maar het idee om entreegeld te vragen (op Alpe d'Huez, bijvoorbeeld) noemt hij politiek explosief.
“Als je probeert om mensen te laten betalen om de Tour te zien, krijg je enorme weerstand”, denkthij. “Kijk maar wat er gebeurt als je aan het pensioenstelsel morrelt.”
Toch sluit hij niet uit dat de toekomst dwingt tot verandering. Hij verwijst naar zijn eigen ervaring als organisator: bij de GP de Plumelec liet hij mensen vijf euro betalen om de koers te zien, en dat werkte prima. Maar in Frankrijk de publieke weg afsluiten? Dat voelt als vloeken in de kerk.
Frankrijk worstelt, de rest loopt weg
De conclusie van Lappartient is even simpel als somber: zolang Frankrijk vasthoudt aan zijn fiscale en culturele regels, blijft het wielrennen daar op achterstand. De globalisering van de sport is niet meer te stoppen, maar het Franse wielrennen lijkt nog vast te zitten in een ander tijdperk. En in een wereld waarin alles om geld draait, is nostalgie een dure hobby.
- Cor Vos