Wiebes ergert zich aan het idee dat sprinten vanzelf gaat
Het beeld van de zorgeloze sprinter lijkt niet kapot te krijgen. Toch is het volgens Wiebes volledig achterhaald. Ze vertelt aan Ride Magazine hoe haar vele overwinningen juist bijdragen aan dat verkeerde beeld.
“Juist omdat ik zo vaak heb gewonnen lijkt het wel alsof het een soort van normaal is,” zegt Wiebes. Door die successen denken sommigen volgens haar dat sprinten vanzelf gaat, of minder zwaar is dan specialiseren op klimmen." Het stoort haar zichtbaar. “Soms wordt er gezegd dat sprinten niet zo lastig is. Dat je veel harder moet werken om goed bergop te rijden.”
Overleven voordat je kunt winnen
Wiebes is duidelijk: zonder overleven, geen sprint. Ook daarvoor gebruikt ze een concreet voorbeeld uit grote rondes. “Uiteindelijk moet ik ook gewoon de andere etappes in een rittenkoers overleven om die sprintzege te kunnen pakken. En ook in de Tour moet ik die twee dagen in de Alpen wel overleven om de groene trui te winnen.”
In één klap is het sprookje van ‘sprinters hebben het makkelijker’ van tafel. Wie ooit een sprinter heeft zien vechten tegen de tijdslimiet, weet dat die woorden geen overdrijving zijn.Volgens Wiebes is de conclusie logisch: “Wij sprinters trainen net zo hard als klimmers of klassiekerspecialisten.”
De weg naar veelzijdigheid
Dat Wiebes méér is dan een sprintkanon, bewees ze dit jaar opnieuw door wereldkampioen gravel te worden. Ook op de baan pakte ze twee wereldtitels. Ze heeft nieuwe doelen nodig om gemotiveerd te blijven. Voor haar is dat essentieel om lang aan de top te blijven.
- cor vos