Pogačar maakt alles kapot (op de fiets dan)
Er lijkt in 2025 geen rem te staan op Tadej Pogačar. De Sloveen van UAE Team Emirates XRG raast van overwinning naar overwinning en laat geen kruimel liggen.
Iedereen kijkt vol respect, maar Thomas Voeckler - tegenwoordig bondscoach van Frankrijk - zegt wat velen denken: “Pogačar is bewonderenswaardig. Wat hij doet is ongelooflijk, met een eenvoud en een plezier in het koersen die respect afdwingen. Maar ja: het is saai”, aldus de oud-coureur tegen Cyclism Actu.
Een zeldzaam eerlijke uitspraak over het fenomeen dat alles wint. Want zelfs geniaal kan… een beetje té worden.
‘De koers is spannend om plek drie’
Voeckler legt de vinger op de zere plek. “Bij de Europese Kampioenschappen keek het publiek naar wie er derde zou worden. We kunnen niet zeggen dat dat ideaal is voor de spanning.”
Kortom: iedereen rijdt z’n eigen wedstrijd, behalve Pogačar. Hij fietst op een andere planeet. En dat begint zelfs voor de grootste fans wat voorspelbaar te worden.
Geld regeert de WorldTour
Het probleem zit dieper dan alleen één man, waarschuwt Voeckler. “Om in de wereldtop te blijven, heb je nu een dubbel budget nodig vergeleken met vijf jaar geleden. Dat is niet houdbaar.”
Met andere woorden: wie geen miljoenen te besteden heeft, mag blij zijn met ereplaatsen. De kloof tussen rijk en arm in het peloton wordt groter, en dat maakt de sport er niet spannender op.
Jong Frans bloed geeft hoop
Toch ziet Voeckler lichtpuntjes. Jongens als Paul Seixas en Paul Magnier laten zien dat Frankrijk weer mee kan doen. Seixas’ bronzen EK-medaille “doorbrak alle verwachtingen”, en Magnier noemt hij “een renner met enorm potentieel”.
Over een grote ronde voor Seixas in 2026 wil hij weinig kwijt. “Ik zou mezelf niet toestaan om namens het team te antwoorden. Mijn mening is dat het rijden van de Giro, Tour of Vuelta zijn carrière niet zal veranderen.”
Kort gezegd: rustig aan, laat ze groeien.
Hoe goed is te goed?
Voecklers boodschap is duidelijk: Pogačar is een fenomeen, maar zijn dominantie knijpt de spanning uit het wielrennen. En als zelfs de Franse bondscoach — een man die ooit zelf de koers kleur gaf — zegt dat het saai wordt, dan weet je dat er iets schuurt.
De vraag is: wie durft hem straks écht uit te dagen?
- Cor Vos