Spanje heeft het klimaat dat ploegen zoeken
De belangrijkste reden dat een trainingskamp in Spanje zo populair is, blijft de zon. In december schommelt de temperatuur aan de oostkust rond de twintig graden. Dat maakt het plannen van lange duurtrainingen simpel en betrouwbaar.
Tosatto zag de verschuiving zelf gebeuren. “Tot 2005 gingen we naar Toscane, en niet alleen wij. Veel buitenlandse teams kwamen ook", zegt Tosatto tegen bici.pro. Maar dat veranderde snel. “Ik denk dat je binnen vijftig kilometer tussen Valencia en Alicante alle teams van de wereld vindt.” De verklaring is eenvoudig: stabiel weer, geen wintergedoe, wel zonnige uren. Wat wil je als ploeg nog meer?
Infrastructuur die volledig is afgestemd op wielerploegen
Spanje heeft de laatste twintig jaar stevig geïnvesteerd in sporttoerisme. Dat merken profteams meteen. Tosatto: “De hotels zijn meer gestructureerd. Ze hebben gyms, ruime parkings voor voertuigen en grote ruimtes waar je alles kunt doen.” Het is precies wat teams nodig hebben om een complete winterstage te draaien zonder logistieke rompslomp.
Spaanse wegen zijn gemaakt voor lange trainingsdagen
Op de binnenwegen van de regio Valencia–Alicante is het rustig. Renners kunnen er uren rijden zonder constant af te remmen of te zoeken naar veilige stroken. Belangrijker nog: de variatie is enorm.
Tosatto noemt één plek zelfs ongeëvenaard: Gran Canaria.“In mijn ogen is dat de beste plaats van allemaal. Het is altijd tussen de 18 en 26 graden en je kunt er alles doen. Lange klimmen, korte klimmen, vlakke stukken, alles wat je nodig hebt.”
De economische factor is verrassend belangrijk
Een trainingskamp is duur: staf, materiaalwagens, mechaniekers, kookteams, hotels… alles telt op. En dus is de prijs nog steeds een doorslaggevende factor. Tosatto hierover: “In Spanje maken ze uitstekende prijzen voor wielrenners. Ik ging soms alleen en ik herinner me dat het echt heel voordelig was.” Voor een wielerploeg met tientallen personeelsleden is dat verschil enorm.
Waarom Italië geen alternatief meer is
Sicilië komt vaak voorbij als alternatief, maar Tosatto twijfelt daar sterk aan. Hij trainde er zelf een week. “Het klimaat was uitstekend, maar de interne wegen waren veel minder goed en er was veel verkeer. Er waren ook veel zwerfhonden en dat kan echt gevaarlijk zijn op de fiets.” Over Etna was hij wél lovend: “De klim van Etna is het mooiste landschap dat je kunt zien en je kunt er heel goed trainen. Maar je kunt niet steeds alleen die klim doen.”
En Puglia dan? “Het leek een uitstekende plek, maar er zijn geen klimmen. Teams doen tegenwoordig in december al kwaliteitswerk.” De charme van de Italiaanse keuken was ooit een grote troef. Nu elke ploeg een eigen chef meeneemt, is dat voordeel verdwenen.
Hoe teams de winterstages gebruiken
Ondanks de nieuwe locaties blijft de trainingsaanpak verrassend gelijk. Tosatto: “In mijn ogen is het niet veel veranderd. De eerste stage is om de groep te vormen, want dat is de enige periode waarin echt iedereen aanwezig is.”
In januari gaat de intensiteit omhoog en splitsen teams zich op volgens hun programma’s. “Dan werken we veel specifieker en worden de groepen gevormd, bijvoorbeeld diegenen die naar Australië gaan.”
Spaanse zon als startschot voor nieuwe ambities
Ook zijn huidige ploeg, Tudor, denkt nu al aan de klassiekers van 2026. Met versterkingen als Küng, Mozzato, Alaphilippe en Hirschi rekent Tosatto op een sterk voorjaar. “Als ik echt twee koersen moet noemen die bij ons passen, dan zijn dat Vlaanderen en Roubaix.”
- Cor Vos