Populariteit en paradox
De wielersport is populairder dan ooit, maar volgens sportdirecteuren Valerio Piva (Team Jayco AlUla) en Vincent Lavenu (ex-AG2R La Mondiale) is de werkelijkheid anders. “Wielrennen is de enige sport waarvan de betrokkenen niet profiteren van de neveneffecten van tv-gelden, terwijl de sport populairder is dan ooit,” benadrukken ze in gesprek met La Derniere Heure. “Het is een paradoxale situatie.” Boeiende koersen en miljoenen kijkers betekenen nauwelijks iets voor de begrotingen van de teams, die afhankelijk blijven van kwetsbare sponsoren.
De groeiende kloof tussen superteams en kleinere ploegen
Valerio Piva wijst op een toenemende scheiding binnen het peloton. “Deze kloof neemt ieder jaar toe,” zegt hij. “Er is een realiteit waar we niet aan kunnen ontsnappen: vier of vijf grote teams winnen het merendeel van de wedstrijden. De anderen moeten het doen met de kruimels, wat financiële partners niet aanmoedigt om door te gaan.” Voor kleinere teams kan het afhangen van de prioriteiten van één enkele sponsor. “Maar wanneer die persoon besluit de kraan dicht te draaien, is het over.”
Lavenu ziet hetzelfde vanuit een ander perspectief. “Vandaag zijn er een paar ploegen die door staten of multinationals worden gesteund met onbeperkte budgetten, en de anderen die vechten om de steun van sponsors, die soms steeds minder bereid zijn te financieren.”
Het probleem van ontbrekende inkomsten uit TV en ticketing
Het gebrek aan centrale inkomsten vormt volgens beide heren een groot risico. “Wielrennen profiteert niet van tv-gelden, noch van ticketing,” legt Lavenu uit. De UCI keert wel een klein bedrag terug naar de basis, zoals ontwikkelingssubsidies voor amateurclubs, maar dat is onvoldoende om World Tour-teams te beschermen tegen terugtrekkende sponsors of mislukte fusies.
Controversiële oplossingen: kaartverkoop en salariscaps
Discussies over extra inkomsten lopen uiteen. Voorstellen om fans te laten betalen voor toegang tot bepaalde plekken langs het parcours moeten geld opleveren voor de teams. Piva ziet het potentieel: “In een ideale wereld zou het geld worden verdeeld volgens teambudgetten. Maar de sterkste teams zouden recht hebben op een groter deel van de taart, omdat zij het spektakel leveren aan de kop van de koers.”
Lavenu benadrukt de praktische en culturele complicaties: “Hoe laat je mensen betalen voor iets dat geworteld is in de publieke ruimte? Hoe controleer je het publiek? En wat doe je met de mensen die er al sinds de ochtend zijn?” Volgens hem maakt gratis toegang deel uit van de identiteit van de sport. “Het wegnemen van deze gratis toegang lijkt mij geen goed idee.”
Een salarisplafond zou een alternatief kunnen zijn om uitgaven te controleren. Lavenu ziet echter directe obstakels: “Maar hoe leg je dat op bij een staatgesponsorde ploeg zoals UAE?” Zonder centrale handhaving en brede instemming blijft een cap kwetsbaar voor de grootste teams en bindend voor de kleinere.
- cor vos