De lat in de wielersport ligt hoger dan ooit
Presteren op het allerhoogste niveau in de wielersport wordt alsmaar veeleisender. Dat concluderen Remco Evenepoel en Johan Museeuw in een dubbelinterview met HLN. De dollemansrit van Paul Seixas van vorige maand is voor Evenepoel het toonbeeld van hoe de nieuwste generatie de sport beleeft.
Hoe buitenaards de prestaties van de toppers van nu zijn, bewijst Evenepoel aan de hand van zijn cijfers op het EK, waar hij tweede werd achter Tadej Pogacar. "Daar trapte ik gedurende vijf uur gemiddeld 306 watt. Probeer dat thuis niet na te doen, want dan val je gewoon van je fiets", aldus de wereldkampioen tijdrijden.
"Gianni Moscon vertelde me dat hij acht jaar geleden derde werd in Lombardije aan gemiddeld circa 200 watt. Ik had er nu 290 nodig om tweede te worden", illustreert Evenepoel.
Jeugd gaat extreem ver in trainingsaanpak
"Die evolutie zet zich ook door bij de jeugd. Ze kopiëren alles, tot hoogtestages aan toe. Neoprofs hebben geen tien procent groeimarge meer, omdat ze al té extreem hebben geleefd bij de junioren en U23."
Dat leidt volgens Evenepoel tot een daling van het algemene niveau en kortere carrières. "Je kan een lichaam niet blijven pushen tot het uiterste."
Johan Museeuw ziet hetzelfde: "Elke generatie heeft zijn eigen trainingsmethodes, maar er wordt nu wel heel veel gevraagd van de renners. Flirtend met de grens van het menselijke."
Roofbouw in de winter en het voorbeeld-Seixas
Evenepoel merkt dat jonge collega’s zelfs in de winter te ver gaan. "Sommige jongens dienen zich op de decemberstage al in topconditie aan, staan magerder dan in de Tour. Met als gevolg dat ze in maart al een dalende vormcurve vertonen."
Hij haalt het voorbeeld van Paul Seixas aan: de pas 19-jarige Fransman die na de Ronde van Lombardije een dollemansrit reed van 323 kilometer en ruim 8.000 hoogtemeters, om 3 uur ’s nachts vertrokken. "Allez komaan, jongens. Da's goed om in het ziekenhuis te belanden."
Pleidooi voor echte rust
Museeuw pleit juist voor zoveel mogelijk rust. "Tim Merlier zei me dat hij niet enkele dagen rust zou nemen, maar een volle maand. Zo deden wij het ook: doe andere dingen, kom gerust wat bij in de winter. Zo kan je lichaam beter herstellen."
Evenepoel sluit zich daarbij aan. "Vier à vijf kilo, in mijn geval", besluit hij. "En mijn off-seasonperiode duurt vier tot vijf weken."
- Cor Vos