Doping legaliseren klinkt ineens logisch, en precies dát maakt het zo gevaarlijk voor topsport

Doping legaliseren wordt door sommige denkers gepresenteerd als een vernieuwend en eerlijker sportmodel, maar achter dat fraaie verhaal gaat een risico schuil dat de sportwereld volledig op z'n kop kan zetten.

Wielrenner stapt de controlekamer binnen, symbool voor het voortdurende dopingdebat in de sport.

Waarom Walsh zo schrok van de manier waarop doping werd gepresenteerd

Anthony Walsh, een Ierse oud-prof, wielerjournalist en podcastmaker, is niet snel van zijn stuk te brengen. Toch gaf hij in een lange tweet toe dat hij tijdens zijn podcast voor het eerst echt zijn kalmte verloor.

Hij sprak een uur lang met Aron D’Souza, de man die een toekomst ziet waarin sporters onder medische begeleiding alle mogelijke middelen mogen gebruiken (hij is de voorzitter van de Enhanced Games, waarbij doping is toegestaan). Walsh omschreef hem als iemand die “gepolijst en overtuigend” klinkt en “voor alles een antwoord heeft”.

Precies dat maakt het idee zo verraderlijk. D’Souza presenteert doping niet als iets duisters, maar als een modern, gecontroleerd alternatief voor de ondergrondse praktijken die wielrennen jarenlang hebben vergiftigd. Hij noemt het ‘medische supervisie’ en ‘transparantie’, alsof het gaat om een upgrade van de sport in plaats van een fundamentele breuk ermee.

De waarschuwing: een gevaarlijk model dat logisch klinkt

Walsh schrijft dat D’Souza vragen stelt die aantrekkelijk klinken: over eerlijkheid, over atletenwelzijn, over waarom sommige vormen van technologie wel worden toegestaan en andere niet. Maar volgens Walsh verkoopt hij in feite 'een gesanitariseerde versie van dezelfde ondergrondse dopingcultuur' die levens heeft gekost.

En daar zit de kern. D’Souza klinkt redelijk. Hij lijkt rationeel. Zijn verhaal voelt zelfs modern. Walsh benadrukt hoe eng dat is: “Als je niet goed oplet, ga je hem bijna geloven.”

Zodra doping ‘een keuze’ wordt, ontstaat er druk voor iedereen

Een van Walsh’ grootste zorgen is hoe D’Souza het begrip ‘keuze’ misbruikt. Sporters zouden zelf mogen beslissen of ze middelen gebruiken. Maar volgens Walsh verandert dat in de praktijk meteen in druk: “Zodra dit bestaat, krijgt elke atleet die zijn volledige potentieel wil zien onmogelijk veel druk om mee te doen.”

Hij voorspelt een tweedeling: natuurlijke sport wordt de minder belangrijke klasse, en de enhanced categorie wordt de plek waar de echte aandacht en het grote geld zit. Dan blijft er van vrije keuze weinig over. Dat is geen vrijheid, schrijft Walsh, “dat is dwang met extra stappen”.

Waarom ‘veilig dopinggebruik’ niet bestaat wanneer geld en records lonken

D’Souza belooft uitgebreide medische begeleiding en constante gezondheidsmonitoring. Maar Walsh vraagt hardop: “Wie monitort de monitors?” Wat gebeurt er als een atleet verslechterende bloedwaarden heeft, maar nog drie weken verwijderd is van een beloning waar hij zijn toekomst mee kan kopen?

Walsh verwijst naar het wielerverleden en is duidelijk: “We hebben deze film eerder gezien, en het eindigde met lijkzakken.”

Wat Walsh volgens zichzelf wél probeert te beschermen

Het krachtigste deel van zijn tweet komt aan het einde. D’Souza vroeg hem wat we eigenlijk proberen te beschermen door doping te verbieden. Walsh had een helder antwoord: hij wil 'het kind beschermen dat ontdekt dat hij talent heeft en niet meteen een chemisch experiment hoeft te worden'. Hij wil de essentie van sport beschermen: dat het gaat om wat je lichaam kan, niet om wat een farmacologieteam voor je kan doen.

Zijn conclusie is snoeihard: dit is geen sport, maar een spel waarbij de inzet levens zijn. En volgens Walsh 'wint het huis altijd'.