Waarom de Pogačar wattages het hele Froome-tijdperk ineens kinderspel laten lijken

Een nieuwe analyse van de Pogačar wattages laat zien hoe krankzinnig de sport is geëvolueerd, en waarom de cijfers uit het Froome-tijdperk ineens wel heel bescheiden aandoen.

adej Pogačar in de regenboogtrui tijdens een zware klim, zichtbaar in volle inspanning tussen juichende fans, symbool voor de extreme wattages van het moderne wielrennen.

De Pogačar wattages schuiven de lat naar een ander universum

Een nieuwe wetenschappelijke analyse van recente Tour-de-France-klimmen legt vast hoe extreem de Pogačar wattages inmiddels zijn. Niet een beetje hoger, maar tientallen watts boven wat nog maar tien jaar geleden als uitzonderlijk gold. Het resultaat: het dominante Froome-tijdperk voelt plots kleiner, trager en opvallend eenvoudig vergeleken met de explosieve output van vandaag.

Waar eliteklimmers in de Sky-jaren doorgaans 6,0 tot 6,2 watt per kilo reden op lange beklimmingen, laat de huidige generatie waardes zien die richting de 7 watt per kilo gaan. Dat klinkt als een detail, maar het betekent in de praktijk een verschil van zo’n 40 watt. Als je je afvroeg hoe groot dat werkelijk is: een verschil van deze grootte bepaalt of je meedoet voor winst of ergens in het peloton hangt te zwalken.

Hoe moderne toppers het referentiekader van de sport hebben gesloopt

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat Pogačar langdurig boven de 6,7 watt per kilo kan rijden, zelfs wanneer hij vermoeid aan een bergetappe begint. Zodra hij relatief fris is, zoals in een korte klimtijdrit, tikt hij zonder moeite de 7 watt per kilo aan. Het zijn waardes die eerder thuishoren in theoretische modellen dan in echte wedstrijden.

De analyse reconstrueert zijn prestaties via Strava-klimtijden, een realistische inschatting van lichaamsgewicht en een reeks fysiologische aannames. De uitkomst is een VO2-max die richting de hoge negentig loopt, een gebied dat maar zelden door menselijke atleten wordt bereikt. Het verklaart waarom rivalen als Vingegaard of Evenepoel zo dicht bij hem moeten blijven om überhaupt uitzicht te houden op de winst.

Wat vroeger revolutionair was, is nu de ondergrens geworden

De explosie in wattages komt niet alleen door talent of fysiologie. Het moderne wielrennen is een totaal andere sport geworden, gedragen door teams met budgetten die richting vijftig miljoen dollar gaan. Trainingsmodellen zijn verfijnd tot op het microniveau, aerodynamica is bijna F1-waardig en voedingsstrategieën zijn omgetoverd tot nauwkeurige wetenschappelijke protocollen.

Trainers die in de analyse worden aangehaald, geven aan dat de huidige norm voor eliteklimmers rond 6,6 tot 6,8 watt per kilo ligt voor inspanningen van dertig minuten of langer. Dat zijn waardes die in het Sky-tijdperk als buitencategorie werden beschouwd. Vandaag zijn ze simpelweg noodzakelijk om ergens vooraan te eindigen. De sport is zó veel sneller geworden dat het referentiekader van tien jaar geleden nauwelijks nog toepasbaar is.

Het peloton is collectief naar een nieuw niveau geschoten

De vooruitgang beperkt zich niet tot de Tour. Koersen over het hele seizoen worden gereden aan snelheden die jaren geleden ondenkbaar waren. Bij Il Lombardia reed Quinn Simmons onlangs urenlang rond de 350 watt zonder zelfs het podium te halen. En Remco Evenepoel zei in een interview dat Gianni Moscon in 2017 nog derde werd met ongeveer 200 watt gemiddeld. Hijzelf moest dit jaar naar 290 watt om tweede te worden.

Als professionals zulke gigantische verschillen al voelen, kun je je voorstellen hoe ver de sport is doorgeschoten. Het is een nieuwe realiteit waar geen renner meer onderuit komt: wie mee wil doen, moet naar waardes die vroeger simpelweg niet bestonden.

Hoe lang voordat de grens van 7 watt per kilo verdwijnt?

De grote vraag is hoe lang deze evolutie zich blijft doorzetten. Pogačar profiteerde van een nieuwe trainingsaanpak en lijkt nog lang niet aan zijn plafond te zitten. Zijn rivalen volgen dezelfde weg. Teamstaff, technologie en materiaal blijven ieder jaar geavanceerder worden. Het hele peloton beweegt richting waardes die ooit als sciencefiction werden gezien.

En daarmee lijkt één conclusie onvermijdelijk: de grens van 7 watt per kilo staat net zo wankel als het Froome-tijdperk zelf. Als de Pogačar wattages ergens een voorproefje van zijn, dan is het van een sport die nog maar net aan het begin staat van een nieuwe piek.