ASO stapelt de miljoenen op terwijl ploegen niks krijgen
ASO, het bedrijf achter de Tour de France, draait jaar na jaar een winst waar de rest van de wielerwereld niet eens aan mag denken. Meer dan honderd miljoen winst, enorme commerciële deals en uitzendrechten die wereldwijd gretig worden doorverkocht maken van de Tour een financiële supermachine.
Ploegen profiteren nergens van. De winst blijft volledig bij de organisatoren hangen, hetzelfde geldt voor de tv-gelden. Dat ploegen niets terugkrijgen van de grootste inkomstenstroom in hun eigen sport, is eigenlijk nauwelijks uit te leggen. Hun prijzengeld voelt daardoor als een overblijfsel uit de vorige eeuw.
Waarom ploegen het zwaar hebben ondanks volle koerskalenders
Teams dragen bijna alle risico’s. Ze bouwen dure selecties op, trekken wetenschappers, trainers, materiaalmanagers en performance-experts aan en betalen voor trainingskampen over de hele wereld. Zonder ploegen is er geen koers, maar financieel zijn ze afhankelijk van sponsors en goodwill.
Het contrast wordt elk jaar pijnlijker. Terwijl ASO haar winst opschroeft, moet een WorldTour-team structureel geld blijven ophalen bij sponsoren, zonder toegang tot de inkomstenstroom die de sport het meest waard maakt.
RCS en Flanders Classics spelen een andere competitie
RCS, organisator van de Giro, draait nette cijfers, maar blijft ver verwijderd van het financiële geweld van ASO. De Giro is groot, maar qua omzet en winst vooral een subtopper vergeleken met de Tour.
Daaronder zit Flanders Classics, met zijn Vlaamse voorjaarsklassiekers. Ze opereren met een veel kleinere omzet en een winst die bijna verdwijnt naast de bedragen van de grote jongens. Ze werken strak, professioneel en efficiënt, maar binnen een schaal die simpelweg niet te vergelijken is met de Tourmachine.
De uitkomst is een piramidesysteem dat niemand hardop zo noemt: één gigant, één solide middenmotor en één ambitieuze speler die moet vechten voor elke euro. En toch krijgen ploegen in geen enkel scenario een deel van de opbrengst.
Een sport die tegen zijn eigen fundament botst
Het wielrennen begint de gevolgen van deze ongelijkheid te voelen. Grote teams praten openlijk over alternatieve modellen zoals One Cycling, omdat ze willen meedelen in de inkomsten die door hun aanwezigheid mogelijk worden gemaakt. Ze willen een systeem zoals in vrijwel elke andere grote sport: een eerlijker verdeling van tv-gelden en organisatorische inkomsten.
Maar zolang organisatoren financieel floreren en teams geen middelen krijgen om duurzaam te bouwen, blijft het wielrennen kwetsbaar. Sponsors kunnen afhaken, teams kunnen verdwijnen en talentontwikkeling komt onder druk te staan. De sport draait, maar kraakt ondertussen in zijn voegen.
De kloof groeit, en dat is slecht nieuws voor iedereen
Zonder aanpassing blijft de machtspositie van ASO verder groeien en blijven ploegen financieel afhankelijk van een model dat inmiddels achterhaald aanvoelt. De verschillen zijn niet alleen groot, ze worden elk jaar groter. Dat maakt het wielrennen minder stabiel dan het op tv lijkt.
Wie de cijfers ziet, weet genoeg: de inkomstenverschillen zijn niet alleen ongelooflijk groot, ze zijn onhoudbaar als de sport gezond wil blijven.
- Cor Vos