VO2 max legt een schokkend profgeheim bloot, zo trainen renners van Visma en UAE nóg harder als het lijf al leeg is

VO2 max lijkt simpel, maar profs gebruiken het op een manier die jou versteld doet staan. Dit is hoe zij juist sterker worden als alles pijn doet (en hoe je er zelf je voordeel mee kan doen).

Close-up van Jonas Vingegaard van Team Visma die zwaar afziet in de regen, met zijn bril in de mond en duidelijk zichtbare inspanning tijdens een beklimming.

Hoe VO2 max in de praktijk totaal anders werkt dan je denkt

VO2 max klinkt als een mooi getal uit de sporttest, maar profrenners halen er iets heel anders uit dan jij op je indoortrainer. Het zegt veel over je motor, maar pas in de praktijk zie je hoeveel dat waard is. De echte magie ontstaat wanneer het lichaam leeg begint te raken. Dat is het moment waarop VO2 max voor profs pas interessant wordt.

Waarom vermoeidheidsbestendigheid belangrijker wordt dan piekvermogen

Er zijn talloze renners die 6,5 watt per kilo kunnen trappen, maar slechts een handvol kan dat nog steeds na zes uur koers. Dat is het verschil tussen ‘fit’ en koershard. Profs trainen daarom niet alleen hun VO2 max, ze trainen het vermogen om dat niveau te blijven leveren wanneer iedereen eigenlijk van de fiets wil stappen.

Hoe trainingsblokken veranderen wanneer de benen al vol zitten

Neem bijvoorbeeld Kevin Vermaerke, die niet schroomt om VO2-maxblokken te rijden na uren duwen in zone 2. Hij combineert klassieke 3-minutenintervallen met lange duurritten, zodat zijn lichaam leert presteren wanneer het diep zit. De eerste interval voelt bijna makkelijk, maar aan het einde van de set breekt het lichaam, zelfs al trap je precies hetzelfde vermogen. Dat is precies de bedoeling.

Waarom professionals massaal overstappen op over-unders

Vrijwel geen prof fietst nog 5 minuten steady op VO2 max. Ze kiezen liever voor over-unders, waarbij het vermogen steeds heen en weer schiet. Denk aan 40 seconden knallen en 20 seconden half herstellen. Dat klinkt vriendelijk, maar het tegendeel is waar: hun ‘herstel’ gebeurt vaak in een hoog aerobe zone. Voor renners met een FTP rond de 430 watt betekent dat herstellen op 270 tot 300 watt. Dat is de reden dat hun lichaam sneller aanpast en hun VO2-maxvermogen omhoog kruipt.

Waarom korte herstelperiodes juist meer winst opleveren

De korte rust tussen de blokken geeft net genoeg tijd om de benen uit de kramp te houden, maar niet genoeg om écht te herstellen. Daardoor wordt het effect veel groter dan bij klassiek steady werk. Vooral bij de 2 minuten aan, 1 minuut uit, 2 minuten aan-structuur duwen renners veel meer vermogen dan in één lang interval. Je verdeelt de pijn, maar niet het vermogen.

Hoe je zelf zonder profcoach meer uit je VO2 max haalt

Je hoeft geen vijf uur te fietsen voor je een VO2-maxblok start. Je kunt dit thuis prima nabootsen met een kortere warming-up, een paar stevige 3-minutefforts, daarna een periode van rustig doortrappen en vervolgens opnieuw aanzetten. Als je merkt dat de laatste interval precies hetzelfde vermogen heeft als de eerste, maar veel zwaarder aanvoelt, zit je goed. Dat betekent dat je lichaam leert om presteren en afzien te combineren.