Van verhaal over haar klap naar een bredere puzzel
Over het incident zelf, met de eerste reconstructie en reactie op haar Instagram, schreven we eerder al. Dat artikel lees je hier terug. Inmiddels praatte Lorena Wiebes bij de podcast In De Waaier uitgebreider over wat erna bleef hangen. Niet zozeer de schrik, maar het gevoel dat dit soort dingen steeds normaler lijken te worden.
Opluchting over haar lijf, kleine waarschuwing erbij
Wiebes kwam er zonder breuken vanaf en dat is, zacht gezegd, een opluchting. “Ik ben er nog goed vanaf gekomen, en dat is misschien wel het voordeel dat je een soort van gewend bent om te vallen.”
Wel had ze kort na de klap hoofdpijn, iets waar ze als topsporter meteen alert op is. “Het is nog wel even opletten, omdat ik even na het ongeluk wat hoofdpijn had. Dat lijkt nu wel minder te worden.” De komende dagen laat ze haar hoofd en knie checken en bouwt ze het trainen rustig weer op.
Een rit die juist bedoeld was als veilige keuze
Het wrange is dat ze juist op haar E-bike zat om de auto vaker te laten staan. “Ik heb sinds kort een E-bike, om voor de kortere afstanden wat minder de auto te pakken.” Even een interview, vijftien minuutjes terug, je woonstraat in, en dan achterom naar huis. Zo’n rit waarbij je normaal alleen denkt aan wat je vanavond eet.
‘Ik dacht: nu gaat het mis’
In de podcast In de Waaier reconstrueert Wiebes het moment waarop alles kantelde. “Ik steek mijn hand uit, en zag wel een auto van achter komen.” Maar in een 30-kilometerstraat kun je blijkbaar nog steeds verrast worden. “Op het moment dat ik de bocht doorga, zie ik in mijn ooghoek die auto nog steeds op me af komen. Ik dacht: ‘nu gaat het mis’.” De auto raakt nét haar achterwiel, dat volledig doormidden breekt.

De klap was heftig, het doorrijden nog erger
Wat haar vooral bijblijft, is wat er na die tik gebeurde. “Die is doorgereden,” zegt ze. Haar eerste reflex was er achteraan te rennen. “Mijn eerste reactie was opspringen en meteen achter die auto aan. Ik zette het op een rennen, maar dat gaat natuurlijk niet.” Het is die combinatie van geraakt worden en daarna genegeerd worden die je als fietser woest maakt. Je zit daar met je kapotte fiets, en iemand vindt het kennelijk prima om gewoon weg te zijn.
Waarom haar boosheid zo herkenbaar voelt
Wiebes zegt eerlijk dat ze niet op zoek is naar medelijden. “Het gaat me niet per se om dat het nu bij mij gebeurt. Het is natuurlijk wel klote, want uiteindelijk heb ik mijn lichaam nodig voor mijn werk.” Maar haar punt is groter dan haar eigen blessure-angst. “Maar het is meer dat je zoveel in het nieuws hoort dat gewone fietsers worden aangereden en doodgereden.” Dat is het zinnetje dat blijft hangen, omdat het precies past bij het gevoel dat veel mensen al hebben als ze langs een drukke weg rijden.
Woonstraten waar haast de nieuwe norm is
In haar straat ziet ze al langer hetzelfde probleem. “Wel harder dan is toegestaan. Dat is een veel voorkomend probleem in onze straat.” Ze hoort het zelfs vanuit bed. “Ik hoor auto’s enorm hard door de straat rijden.” Volgens haar is het bekend bij de gemeente, maar het lijkt geen topprioriteit. En daar zit de frustratie van heel fietsend Nederland in één keer bij elkaar.
‘Het gebeurt steeds meer’, en dat is niet alleen gevoel
Thijs Zonneveld herkent in dezelfde podcast wat Wiebes zegt. “Ik heb het gevoel dat het steeds meer gebeurt.” Hij wijst erop dat het ook wielrenners op training treft, soms met fatale afloop. “Dat is echt zorgwekkend. Het is niet altijd de fietser die het probleem is.” Het is een ongemakkelijke conclusie, maar wel eentje die je niet zomaar wegwuift.
Terug in het zadel, met extra scherpte
Wiebes gaat weer trainen en dat is knap genoeg, maar ze stapt niet onbezorgd meer op. Haar verhaal is minder een sportupdate en meer een reality check. Als zelfs iemand die dagelijks op twee wielen leeft zegt dat het structureel onveiliger voelt, dan is dat een signaal. Voor haar, maar net zo goed voor jou op je volgende rondje.
- Cor Vos