Tim Merlier won zestien keer, maar noemt een tweede plaats als seizoenhoogtepunt: 'Ik voelde dezelfde adrenaline als bij winst'

Zestien keer juichen in één seizoen, en toch wijst topsprinter Tim Merlier net naar een dag waarop hij niet won.

tim merlier

Als je zestien keer wint in één seizoen, dan verwacht je dat je een overwinning als hoogtepunt kiest. Logisch ook. Maar Tim Merlier doet het op z’n Merliers. Jan Bakelants vroeg hem namens Het Laatste Nieuws naar zijn belangrijkste prestatie. Het droge antwoord: “Gent-Wevelgem.” Geen overwinning dus, maar een tweede plek achter Mads Pedersen, die solo won.

'Toch kies ik voor een tweede plaats'

De topsprinter van Soudal Quick-Step legt uit waarom die keuze voor hem zo helder is. “Ondanks de zestien zeges kies ik voor een tweede plaats, ja. Die avond ging ik met het gevoel naar huis alsof ik de koers had gewonnen. Dezelfde adrenaline die in zo’n geval door je lijf stroomt, hetzelfde gelukshormoon dat zich manifesteert.”

En dan komt er ook nog een onderliggende factor bij kijken. Merlier voelde vooraf scepsis, bij zichzelf en rond hem. “Het was een afrekening met de tot dan toe heersende twijfels. Of Gent-Wevelgem wel was weggelegd voor een pure sprinter als ik tegenover al die klassieke specialisten.”

En dan wordt het verhaal van zijn tweede plaats nóg straffer. Vier dagen voor Gent-Wevelgem kwam Merlier namelijk hard ten val in de Classic Brugge-De Panne. “Ik dacht eigenlijk aan een forfait. En oké, de hele dag lang zat ik niet echt in de koers. Maar op het moment dat het moest, stond ik er wel. In heb bijzijn van mijn familie deed dat enorm veel deugd."

'Vanaf De Moeren is het oorlog'

Merlier benadrukt vervolgens hoe zwaar Gent-Wevelgem - dat volgend jaar een opmerkelijke nieuwe naam krijgt - is voor een sprinter als hij. “Vanaf De Moeren is het oorlog, wordt het pak een eerste keer in waaiers getrokken en krijg je geen enkel rustmoment meer. Constant moet je op je hoede zijn."

En zelfs al is het een vlakker parcours dan de Ronde van Vlaanderen, de inspanning liegt niet, aldus de 33-jarige Belg. “Je haalt er waarden, vergelijkbaar met die in een monument. Ik keer er zeker terug om te winnen.”

Geen grootspraak over 'beste ter wereld'

Tot slot krijgt hij de klassieke vraag op z'n bord: ben je de beste sprinter ter wereld? Merlier blijft rustig. “Zoiets ga ik dus nooit over mezelf beweren. Ook al krijg je dat predikaat ‘snelste’ of ‘beste’: eind januari gaan de tellers toch altijd onvermijdelijk weer op nul en moet je jezelf opnieuw bewijzen", eindigt hij nuchter.