Pogacar lapt zelf zijn ramen, dit is waarom een profvoetballersleven hem afschrikt

Tadej Pogacar laat zien dat hij ook naast de koers bewust ‘gewoon’ wil blijven. De wereldkampioen vertelt waarom een profvoetballersleven vol luxe en hulp om hem heen totaal niet bij hem past.

Tadej Pogacar zit in regenboogtrui op het gras en lacht met Urska Zigart na afloop van Parijs-Roubaix

Pogacar trekt zelf de lijn met profvoetballers

In een gesprek met Gazetta dello Sport gooide Pogacar er een vergelijking uit die meteen bleef hangen. Zijn ex-coach wees hem er ooit op hoe profvoetballers vaak leven, met een privéchef, mensen die boodschappen doen en een huishouden dat als een bedrijf om hen heen draait. Voor Pogacar is dat precies het soort supersterbestaan waar hij ver vandaan wil blijven. “Dat is niets voor mij, voor mij en Urska,” zegt hij daar heel nuchter over.

Het is best een opvallend contrast, want als iemand die luxe makkelijk zou kunnen omarmen is hij het wel, met zijn torenhoge salaris. Alleen lijkt hij er juist een soort allergie voor te hebben.

Hij doet liever alles zelf, tot de boodschappen aan toe

Pogacar legt uit dat hij het fijn vindt om geen bubbel te bouwen waarin alles voor hem geregeld is. “Ik ga graag naar de supermarkt en koop zelf wat nodig is.” Dat is zo’n klein zinnetje dat je bijna over het hoofd ziet, maar het zegt alles. De grootste renner ter wereld die gewoon met een mandje door de winkel loopt, dat botst met het beeld dat mensen vaak hebben van topsportsterren.

Hij koppelt dat aan iets simpels, maar veelzeggend, hij wil zelf bepalen hoe zijn dagen eruitzien, ook als hij niet op de fiets zit.

Ook ramen lappen hoort bij zijn idee van normaliteit

Het blijft niet bij een snelle boodschap tussendoor. Pogacar noemt ook dingen die je eerder van je buurman verwacht dan van een wereldkampioen. “Ik maak de kamer schoon, de ramen.” Geen glamour, geen team om hem heen dat dat wel regelt, gewoon zelf de boel netjes houden.

Hij geeft toe dat het thuis niet altijd strak georganiseerd is, met koffers die overal staan en het huis soms op z’n kop na een reis. Maar dat hoort er voor hem bij, juist die rommel maakt het leven echt.

Waarom hij daar zo bewust voor kiest

Pogacar praat opvallend vaak over balans. Niet alleen in training, maar ook mentaal. Hij ziet hoe makkelijk sporters in een loop schieten waarin alles draait om meer doen, harder trainen, nog een stap erbij. Volgens hem heb je rust en een normaal ritme nodig om lang top te blijven.

Een leven waarin alles uit handen wordt genomen, ziet hij als een risico. Dan raak je sneller kwijt wat gewoon is, en precies dat wil hij vermijden.

Geen pose, maar een manier om met beide voeten op de grond te blijven

Je voelt in zijn woorden dat dit geen marketingpraat is. Hij klinkt eerder alsof hij zichzelf beschermt tegen de valkuilen van succes. Hij wil niet als een onbereikbare ster door het leven, maar als iemand die toevallig belachelijk hard kan fietsen. “Ik ben geen superheld, maar een normale jongen,” zegt hij.