Koolhydraten tijdens het fietsen zijn de nieuwe snelheidsknop
De Tour de France vloog dit jaar voorbij. Winnaar Tadej Pogacar legde de 3.302 kilometers af met een gemiddelde van 42.445 kilometer per uur. De Tour van 2025 was daarmee de snelste ooit. Een van de grootste redenen zit niet in een nieuw frame of betere training, maar in wat renners naar binnen werken. Waar vroeger 60 tot 80 gram per uur al netjes was, mikken veel profs nu op 120 gram koolhydraten tijdens de koers. Dat is ongeveer vijf gels per uur plus sportdrank.
Het resultaat is logisch, minder leeg rijden betekent langer hard rijden. Aanvallen komen vroeger, klimtijden gaan omlaag en het peloton blijft maar gas geven.
Waarom profs zoveel eten en jij niet hoeft te kopiëren
Die 120 gram per uur lijkt de nieuwe heilige graal, maar zelfs in het profpeloton is het geen standaard op elke dag. Op monsteretappes gaat de inname omhoog omdat de energiebehoefte absurd is. Op rustige sprintdagen zitten teams vaak dichter bij 80 gram per uur.
Voor jou geldt hetzelfde principe, voed wat je doet. Een lange rit met veel hoog tempo vraagt veel meer dan een ontspannen duurtraining met koffiestop halverwege.
De meeste amateurs zitten structureel te laag
Hier komt de pijnlijke waarheid. Veel recreanten nemen nauwelijks iets mee, of alleen een banaan die na twee uur verandert in een zielig bruinig project in je achterzak. Terwijl je lichaam, zeker bij intensief rijden, gewoon brandstof nodig heeft.
Zelfs een stevige amateur die in een pittige groepsrit flink wat energie verbrandt, kan vaak beter presteren met 80 tot 100 gram koolhydraten tijdens het fietsen per uur. Dat halen de meeste mensen niet eens. Dáár ligt je snelle winst, niet in nóg een snellere set carbon wielen.
Meer koolhydraten is top, tot je buik de revolutie stopt
Meer eten tijdens het fietsen helpt je tempo, focus en herstel. Maar er zit een plafond aan. Gooi je ineens profhoeveelheden naar binnen zonder gewenning, dan is de kans groot dat je maag protesteert. Denk aan een opgeblazen gevoel, krampen of dat klassieke moment waarop je ineens heel dringend naar de wc moet. Remember Tom Dumoulin...
Ook fysiologisch is er een grens, je spieren kunnen per uur maar een bepaalde hoeveelheid suiker direct gebruiken. Alles daarboven plas je direct weer uit.
Zo train je je darmen als een prof
Ploegen spreken over zogenaamde gut training, maar dat is gewoon een nette term voor wennen. Je darmen zijn trainbaar, net als je benen. Begin met wat je nu aankunt, bijvoorbeeld 60 gram per uur, en bouw dat op in stapjes van 10 tot 20 gram. Doe dat vooral in trainingen met tempo, want daar merk je het effect het meest.
Let ook op het type koolhydraten. Producten met een mix van glucose en fructose worden beter opgenomen dan één soort suiker. Daardoor kun je hoger zitten zonder gedoe.
Zo pak jij het slim aan in je eigen ritten
Ga je langer dan anderhalf uur rijden of doe je blokken op serieus tempo, neem dan bewust koolhydraten tijdens het fietsen mee. Mik op een gel, reep plus sportdrank in je bidon. Op rustige dagen mag het best minder, maar ga niet stoer doen door expres niks te nemen. Dat is geen karakter, dat is jezelf saboteren.
Test je plan in training, niet pas in die toertocht waar je eindelijk je maatje wilt lossen.
- cor vos