Voeding was altijd belangrijk, maar nu beslist het de koers
De sport heeft de afgelopen jaren enorme stappen gezet in voeding. Ploegen werken met foodcoaches en apps die precies berekenen wat een renner na afloop nodig heeft op basis van gereden wattages. Herstel is daardoor slimmer geworden, maar het echte verschil valt steeds vaker al tijdens de koers.
Koolhydraatopname onderweg is een strak plan
Waar je vroeger nog wel wegkwam met “een reep als je er zin in hebt”, is er nu een innameplan dat bijna net zo heilig is als het wedstrijdplan. Koolhydraatopname in de koers is wetenschap en training tegelijk. Het doel is simpel, je energievoorraad zo lang mogelijk hoog houden, zodat je ook na uren koers nog kunt reageren.
Ieder uur meer suiker dan een liter cola
Lang gold 60 tot 90 gram koolhydraten per uur als het plafond. 90 gram is al gigantisch, meer suiker dan in een liter cola zit. En dat uur na uur, in koersen die vijf tot zes uur duren. Het klinkt bijna komisch, maar dit is precies wat er in het peloton gebeurt.
Waarom je buik niet vanzelf zo’n motor is
Voor veel recreanten voelt dat als een onhaalbaar trucje. Een gemiddeld gelletje bevat ongeveer 20 gram koolhydraten. Als je tijdens een lange tocht ineens vijf of zes gelletjes per uur probeert weg te tikken, krijg je meestal geen superbenen, maar maag en darmklachten. Je darmen zijn óók een systeem dat moet wennen aan belasting.
Darmen als motor, hier zit het verschil tussen blijven en breken
Sommige renners kunnen inmiddels 120 gram koolhydraten per uur aan. Mathieu van der Poel zei eerder al dat hij dat haalt. Daardoor blijft het glycogeen op peil en kun je na vijf of zes uur koers nog steeds doortrekken. Met andere woorden, als je darmen die stroom brandstof aankunnen, heb je een extra motor die anderen niet hebben.
“Je moet echt je ingewanden trainen”
Vasilis Anastopoulos, voormalig trainer bij Soudal Quick Step en daarna actief bij Astana, ziet het dagelijks: “Veel renners gaan specifiek trainen op koolhydraatopname. Ze rijden dan met een specifiek innameplan. Je moet echt je ingewanden trainen op die hoeveelheden koolhydraten. Het wordt bijna even belangrijk als wattages en is nu een van de belangrijkste factoren tussen winst en verlies”, zegt hij bij Velo. Dat klinkt rauw, maar het vat de trend perfect samen, je traint niet alleen je benen, je traint ook je buik.
Nieuwe sportvoeding zet die motor op toeren
INEOS Grenadiers voedingsdeskundige Aitor Viribay Morales wijst op het materiaal achter deze evolutie. Door nieuwe producten met een combinatie van glucose en fructose en een geoptimaliseerde verhouding met water kan het lichaam meer opnemen zonder direct te blokkeren.
“Dat betekent dus dat sommige renners wel 120 of 140 gram op kunnen nemen per uur. Dat was eerder echt niet mogelijk. Dat betekende dat je wel vijf of zes gelletjes per uur moest nemen, met alle gevolgen voor je darmen. Die nieuwe producten opent voor veel meer renners de kans om die 120 of 140 gram per uur te kunnen halen.”
De stille revolutie die je niet ziet, maar wel voelt
Je ziet geen “darmen als motor” in een herhaling, maar je ziet het wel aan de finale. Renners die hun koolhydraatopname op orde hebben, komen na uren koers nog met frisheid boven. Het peloton gaat harder, niet alleen door betere training, maar omdat steeds meer renners hun interne motor leren voeden en verdragen.
- Cor Vos