Doping in het wielrennen: iedereen wijst naar de koers, maar de nummer 1 blijkt een andere sport

Doping in het wielrennen lijkt altijd hét grote probleem, maar wie naar de cijfers van de laatste vijf jaar kijkt, laten een ander beeld zien.

Renner in gele trui loopt richting dopingcontrole bij de Tour, naast bord met Contrôle.

Het hardnekkige idee dat wielrennen altijd bovenaan staat

Noem het woord doping in een café vol sportliefhebbers en de kans is groot dat je meteen 'wielrennen' terughoort. Dat beeld komt niet uit het niets. De sport draagt nog steeds de erfenis van EPO-jaren, grote bekentenissen en een periode waarin het peloton bijna synoniem leek met verboden middelen. Maar de vraag is of dat beeld nog klopt als je niet op gevoel fietst, maar op data.

Wereldwijde cijfers laten een ander podium zien

De beste manier om sporten eerlijk te vergelijken is te kijken naar vastgestelde antidoping-overtredingen onder de WADA-code, de zogeheten ADRVs. Dat zijn niet alleen positieve testen, maar ook zaken zoals het biologisch paspoort, onderzoek naar patronen en whereabouts-schendingen.

In de meest recente complete wereldwijde sporttabel die publiek goed is uitgesplitst, staat wielrennen hoog, maar niet bovenaan. Atletiek en gewichtheffen leveren in die periode meer schorsingen op dan de koers, zij zijn de nummer 1 en 2. Het is dus niet langer automatisch 'wielrennen op één'.

Strengere controle maakt een sport niet vuiler, alleen zichtbaarder

Een ongemakkelijke waarheid: een sport met de meest agressieve controles komt ook vaker in het nieuws met schorsingen. Wielrennen behoort al jaren tot de meest geteste sporten ter wereld, vooral buiten competitie.

Juist daar, in trainingsblokken en hoogtestages, valt het meeste te winnen met verboden hulp. Meer controles betekent simpelweg meer kans om iets te vinden. Dat zegt dus net zo veel over de jacht als over de prooi.

Het biologisch paspoort verschuift de manier van pakken

Veel recente wielerzaken komen niet meer uit één domme positieve test na een koers, maar uit langlopende bloedprofielen in het Athlete Biological Passport. Als zo’n profiel over maanden of jaren onverklaarbaar afwijkt, kan dat alsnog tot een schorsing leiden.

Je kunt dus gestraft worden zonder dat er ooit een klassieke positieve urine-test op papier verschijnt - zoals in het geval van Oier Lazkano. Dat maakt wielrennen een andere dopingsport dan bijvoorbeeld teamsporten, waar vooral rond wedstrijden wordt getest.

Waarom teamsporten lager scoren zonder per se schoner te zijn

Voetbal en andere teamsporten staan vrijwel altijd lager in schorsingslijsten. Klinkt fijn, maar er zit een meetvalkuil in. Wie vooral rond wedstrijden test, mist middelen die juist in trainingsperiodes of herstelblokken voordeel geven.

In sporten waar prestatie-winst diffuser is en het meer draait om herstel en belasting, is doping ook lastiger te vangen met alleen wedstrijdtesten. Lage aantallen kunnen dus net zo goed iets zeggen over detectie als over gedrag.

Het beeld van de koers loopt achter op de feiten

Als je het geheel over de laatste vijf jaar bekijkt, zie je geen wielrennen dat opnieuw de dopingtop aanvoert, maar een sport die streng gecontroleerd wordt en daardoor zichtbaar blijft.

Intussen schuiven andere sporten naar voren in de wereldwijde tabellen. Dat is geen vrijbrief voor de koers, maar wel een realitycheck voor ons allemaal. Wie vandaag nog denkt dat wielrennen automatisch de zwartste lijst aanvoert, kijkt naar een verleden dat niet meer precies past bij de cijfers van nu.

Verantwoording
Gebaseerd op openbare WADA-overzichten over vastgestelde antidoping-overtredingen, plus rapportage van UCI en ITA. Verschillen in testvolume per sport kunnen de aantallen schorsingen mede verklaren.