Herkenbare dingen voor wielrenners: droog op de buienradar, zeiknat in het echt

Iedere fietser kent het ritueel: vlak voor vertrek nog één keer de buienradar checken. En tóch eindig je verrassend vaak kletsnat.

Doorweekte wielrenner met helm en bril kijkt vermoeid in de camera terwijl regendruppels zichtbaar zijn, met onscherpe huizen op de achtergrond.

De buienradar als leidraad

Ik denk dat er in Nederland weinig groepen zijn die zó veel met weerapps bezig zijn als wij fietsers. Buitenschilders misschien, of boeren. Maar wij varen er ook op. Nou ja, laat ik voor mezelf spreken: ik vaar op de buienradar.

Hardlopen vind ik prima in de regen, vind ik zelfs wel lekker - er lijkt extra zuurstof in de lucht te zitten. Maar eenmaal op de fiets veranderen diezelfde regendruppels in satanische plaaggeesten. Ze maken me koud, ik zie er minder door en fiets en kleding zitten binnen no-time onder de blubber.

Leugenachtiger dan de gemiddelde politicus

Ik ben dus een doorgewinterde gebruiker van diverse weerapps. En daardoor durf ik wel te stellen: ze zijn leugenachtiger dan de gemiddelde politicus. Een op het scherm droge rit verandert maar wat vaak in een waterballet.

Soms snap ik het, want dan nam ik een risico. Er waren wel wat buitjes op de radar, maar ik kon er precies tussendoor fietsen. Ik snap dat dat fout gaat. Maar het komt ook geregeld voor dat de buienkans op een verwaarloosbare 1 procent staat en ik toch echt 100 prcent nat weer thuiskom.

Andersom gebeurt het ook. Dan zie ik allemaal blauwe vlekken met volle kracht over onze groene landje in kaartvorm komen, maar denk ik: 'fuck it, ik ga gewoon'. Die buien lossen dan op in het niets - ik weet dat dat inderdaad kan met buien. Droog en zeer gelukkig kom ik thuis.

Maar ik zou toch nog net iets gelukkiger zijn als de verschillende buienradars het gewoon altijd bij het rechte eind zouden hebben.

In de rubriek ‘Herkenbare dingen voor wielrenners’ delen onze fietsende redacteuren ervaringen die je als wielrenner in Nederland en België maar al te goed kent.