De 10 grootste revelaties van 2025: deze renners en rensters verrasten ons dit seizoen het meest

Wie verrasten ons het meest in 2025? Van Isaac del Toro tot Magdeleine Vallieres: dit zijn de tien grootste revelaties van het jaar.

isaac del toro geldt als een van de grote revelaties van het seizoen 2025

Elk wielerjaar kent zijn uitblinkers. Renners en rensters die boven zichzelf uitstijgen en dingen doen die niemand zag aankomen. Denk aan de wereldtitel van Magdeleine Vallieres of de bronzen plak van Paul Seixas op het EK. In dit overzicht uit onze eindejaars-special (die je hier kunt bestellen!) zetten we de tien grootste revelaties van 2025 op een rij.

1. Isaac del Toro

Isaac del Toro was dit jaar een van de meest succesvolle UAE Team Emirates-XRG-renners na Tadej Pogacar. De in 2003 geboren Mexicaan kroop in de Giro d’Italia uit de schaduw van Juan Ayuso en kende er zijn definitieve doorbraak. In de gravelrit naar Siena nam hij brutaal de leiding, zowel in de wedstrijd als binnen de ploeg.

Hij verloor de Giro uiteindelijk op knullige wijze in de laatste bergrit, maar Del Toro trok er lering uit: in het vervolg van het seizoen was hij nagenoeg onverslaanbaar. De aanvallende en explosieve klimmer won in 2025 maar liefst 16 keer, waarvan 14 keer in het tweede deel van het seizoen. In het eerste deel won Del Toro Milaan-Turijn in het voorjaar en natuurlijk de Giro-rit over de Mortirolo.

Hierna schreef de Mexicaan de Rondes van Oostenrijk en Burgos op zijn naam en kwam hij winnend over de streep in twee Spaanse en zeven Italiaanse eendagskoersen, met de Giro dell’Emilia als hoogtepunt. Ook op het WK in Rwanda baarde Del Toro opzien. In de zware extra lus was hij de enige die zijn karretje kon aanhaken bij Pogacar, al werd hij verderop alsnog gelost.

2. Paul Seixas

Zelden heeft een renner in zijn eerste jaar bij de profs zoveel indruk gemaakt als Paul Seixas dit jaar. En dan te bedenken dat hij nog altijd maar een tiener is, hij sloeg de beloftencategorie over. Decathlon-AG2R La Mondiale bracht haar goudhaantje rustig. Hij reed in het voorjaar met de UAE Tour slechts één WorldTour-koers. Daarin werd hij al wel tiende in de bergrit naar Jebel Jais.

Verderop in het voorjaar reed hij een sterke Tour of the Alps, waar hij na drie podiumplaatsen het puntenklassement won. Dat was al van grote klasse, maar zijn prestatie in het Critérium du Dauphiné was nog veel imposanter. Als 18-jarige hield Seixas zich geweldig staande tussen de allerbesten ter wereld: hij werd achtste in het eindklassement.

In augustus draaide het voor de nieuwe Franse superster allemaal om de Tour de l’Avenir, waar hij na zeven spannende dagen Jarno Widar versloeg. Op de grote kampioenschappen gingen vervolgens alle remmen los. Seixas was op plek dertien de beste Fransman op het WK in Rwanda. Op het slopende EK was hij nóg beter: Seixas werd derde achter Pogacar en Evenepoel. Een week later sloot hij zijn seizoen af met een knappe zevende plaats in de Ronde van Lombardije.

3. Tibor Del Grosso

Na het crossseizoen 2024-2025 werd Tibor Del Grosso al gezien als de jongere evenknie van Mathieu van der Poel. Maar ook op de weg treedt hij voorzichtig in zijn voetsporen. Het Nederlandse multitalent maakte veel indruk in zijn eerste profjaar. De eerste keer dat we hem bijna zagen winnen was op dag één van de Ronde van Catalonië, toen hij in een natte afdaling wegreed en pas vlak voor de streep werd ingerekend door sprinters Matthew Brennan en Kaden Groves.

Na de Catalaanse ronde liet hij in Dwars door Vlaanderen (6e) en in de Brabantse Pijl (10e) zijn klassiekerpotentie zien. In rit twee van de Ronde van Turkije boekte Del Grosso zijn eerste profzege ooit, op een lastige aankomst. Vervolgens werd hij hij vijfde in de Antwerp Port Epic, derde in Dwars door het Hageland en boekte hij ereplaatsen in etappes in de Rondes van Wallonië en Denemarken.

In de Renewi Tour mocht Del Grosso voor het eerst samen met Van der Poel koersen, en dat deed hij voortreffelijk. Hij verdedigde de vlucht van zijn kopman in de koninginnenrit in Geraardsbergen, waarna hij zelf vierde werd. De 22-jarige Del Grosso won uiteindelijk het jongerenklassement en werd negende in de eindstand.

4. Quinn Simmons

Hij grossierde niet per se in overwinningen, maar Quinn Simmons heeft op zeker de harten van het publiek veroverd. De excentrieke Amerikaan won in het voorjaar een etappe van slechts 25 kilometer in de Ronde van Catalonië na een late uitval (de rit werd ingekort wegens stevige wind) en kroonde zich eind mei voor de tweede keer in zijn carrière tot Amerikaans kampioen.

In de prachtige stars-and-stripes boekte de 24-jarige renner een indrukwekkend en emotionele ritzege in de Ronde van Zwitserland. In de zware finale van rit drie zegevierde hij na een solo van bijna 20 kilometer en bleef hij als enige vluchter het peloton voor. Dat twee jaar nadat hij in diezelfde Ronde van Zwitserland ooggetuige was van de fatale val van Gino Mäder.

In de Tour de France maakte ook het grote publiek kennis met Simmons. Hij reed dagelijks in beeld: de ene dag om op kop te rijden voor Jonathan Milan, de andere dag om in de aanval te gaan. Helemaal aan het einde van het seizoen deed hij nog een monsterinspanning. In de Ronde van Lombardije reed hij van start tot finish in het offensief, om uiteindelijk net naast het podium te eindigen: Simmons werd vierde.

5. Magdeleine Vallieres

Titelverdediger Lotte Kopecky was niet van de partij, maar met onder meer Demi Vollering, Pauline Ferrand-Prévot, Kasia Niewiadoma, Kim Le Court en Elisa Longo Borghini waren er genoeg andere favorieten aanwezig op het WK in Rwanda. Klein probleempje: zij hadden enkel oog voor elkaar. Daarom kon een groepje met iets mindere godinnen vooruit blijven. Daarin zat Magdeleine Vallieres, een renster die we tot dat moment nog niet écht kende. Maar ze veroverde wel de regenboogtrui

De Canadese troefde onder meer Niamh Fisher-Black, Mavi García en de Nederlandse Riejanne Markus af in de finale en zorgde voor een geweldige sensatie. Ze boekte pas haar tweede profzege ooit, nadat ze in 2024 de Trofeo Palma op haar naam had geschreven. Een enorme verrassing dus, maar ze is wel degelijk een goede renster, vooral op zware parcoursen.

De in 2001 geboren Vallieres reed namens EF Education Oatly eigenlijk een heel goed jaar, maar dan net buiten het zicht van de camera’s. Zo werd ze twaalfde in de Brabantse Pijl, veertiende in de Waalse Pijl en een achtste en dertiende in twee lastige ritten in de Tour de France Femmes. Maar dat valt natuurlijk allemaal in het niet bij de ene glorieuze dag in Kigali

6. Matthew Brennan

Ze wisten bij Team Visma | Lease a Bike natuurlijk al dat hij goed was, maar dat Matthew Brennan in zijn eerste profseizoen zó uit zou blinken, hadden ze niet kunnen voorzien. Als tiener reed de Brit meteen in het voorjaar de stenen uit de straat. Hij won de kasseienkoers GP de Denain door met Flandriens als Gianni Vermeersch, Dries De Bondt en Florian Vermeersch naar de streep te rijden en hen te kloppen in de sprint.

Meteen daarna volgden twee knappe sprintzeges in de Ronde van Catalonië en een overwinning in de Ronde van Romandië. In de Ronde van Noorwegen heerste hij opnieuw: de sterke sprinter met aanleg voor de klassiekers won twee ritten en het eindklassement. Ook in Rund um Köln was hij de sterkste.

Begin augustus werd Brennan 20 en begon voor hem een najaar vol nieuwe overwinningen. Hij won een rit in de Ronde van Polen, twee etappes in de Ronde van Duitsland en een etappe in de Tour of Britain. Daarmee kwam zijn zegeteller voor 2025 uit op 12, eentje meer dan ploeggenoot en collega sprinter Olav Kooij. En dus werd Brennan in zijn eerste profjaar meteen de zegekoning van Team Visma | Lease a Bike.

7. Thymen Arensman

Twee bergetappes winnen in één Tour: dat is enkel weggelegd voor de groten der aarde. En daar hoort Thymen Arensman nu ook bij. Het contrast met de Giro d’Italia kon niet groter. Daarin bevestigde de Nederlander nog maar eens dat hij zo nu en dan moeite heeft met de hoge verwachtingen. Op dag één werd hij al op achterstand gereden en was zijn klassement om zeep.

Maar in de Tour zagen we een totaal andere Arensman. Hij liet het klassement bewust varen en richtte zich enkel op de grote bergetappes. In het Centraal-Massief moest hij Simon Yates nog voor zich dulden, maar op weg naar Superbagnères in de Pyreneeën bleef hij als enige vluchter de groep der favorieten voor en won hij.

Op Mont Ventoux kon hij dat kunstje niet herhalen, maar in de Alpen kreeg hij het Nederlandse publiek opnieuw op de banken. Ditmaal niet vanuit de vlucht, maar vanuit de groep gele trui. Pogacar en Vingegaard lieten Arensman weliswaar wegrijden, maar de Nederlander van INEOS was de andere topklimmers toen allang de baas. Hij loste Michael Boogerd af als laatste winnaar op La Plagne, boekte zijn tweede ritzege in een week tijd en herontdekte zichzelf als rittenkaper.

8. Paul Magnier

Nadat hij als neoprof in 2024 al vijf profzeges boekte, begon Paul Magnier met hoge verwachtingen aan het seizoen 2025. Het was ook meteen raak voor de Franse krachtpatser: hij won de openingsrit van de Ster van Bessèges. In de Omloop Het Nieuwsblad trok hij die lijn door. Soudal Quick-Step trok zijn kaart toen het uitliep op een sprint, waarna Magnier tweede werd achter Søren Waerenskjold.

In Le Samyn, een paar dagen later, werd Magnier opnieuw tweede, ditmaal achter Mathieu van der Poel. Na het voorjaar debuteerde Magnier in de Giro d’Italia, maar in Italië kon hij zijn vorm niet doordrukken. Een derde plaats in de massasprint in Napoli bleek het hoogst haalbare.

Na de Giro hervond de Fransman zich alweer snel. Hij won de Heistse Pijl, Dwars door het Hageland, de Elfstedenronde Brugge en een rit in de Ronde van Polen. Vanaf september was hij al helemaal niet meer te stoppen. Magnier won alle vier de massasprints in de Ronde van Slowakije, scoorde vier uit vijf in de CRO Race en sprintte vijf keer naar ritwinst in de Tour of Guangxi. Daarmee komt zijn zegetotaal uit op 19, slechts eentje minder dan zegekoning Pogacar.

9. Florian Lipowitz

In de Vuelta a España van 2024 ontpopte Florian Lipowitz zich al als toekomstig topper voor de grote rondes. Een jaar later kunnen we het woordje toekomstig alweer schrappen: de Duitser van Red Bull-BORA-hansgrohe is inmiddels een volwaardig wereldtopper. Hij werd in het voorjaar al tweede in Parijs-Nice en vierde in de Ronde van het Baskenland, maar viel pas echt op vanaf het Critérium du Dauphiné.

Lipowitz werd knap vijfde in de tijdrit, waarna hij zich etaleerde in de zware bergetappes. Daar waar vooral naar Remco Evenepoel werd gekeken, was juist hij de beste klimmer achter Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. Dat leverde hem een derde plek op in het eindklassement, en de nodige druk en verwachtingen richting de Tour.

En die verwachtingen maakte hij meer dan waar. Lipowitz was in de Tour ook de op twee na beste klimmer en reed bovendien goede tijdritten (6e en 4e). In de koninginnenrit was de Duitser iets te enthousiast en dreigde hij zijn podiumplek te verliezen aan Oscar Onley, maar een dag later herpakte hij zich. Dat leverde hem een podiumplek op bij zijn Tourdebuut: Lipowitz werd derde in de eindrangschikking en won de witte trui voor beste jongere.

10. Pauline Ferrand-Prévot

Kun je een 33-jarige renster die in 2014 al eens wereldkampioen op de weg werd nog wel een revelatie noemen? In het geval van Pauline Ferrand-Prévot wel. Ze zette na 2018 de wegfiets aan de kant, richtte zich op het mountainbiken en werd in Parijs olympisch kampioen. Vanaf 2025 richtte ze zich weer op het wegwielrennen.

Ze tekende een contract bij Team Visma | Lease a Bike en stelde het doel om binnen 3 jaar de Tour de winnen. In de UAE Tour, haar comebackkoers, viel ze wat tegen, maar dat bleek slechts een valse start. Wat volgde was een ongekende terugkeer in het peloton. Ze werd derde in Strade Bianche, tweede in de Ronde van Vlaanderen en won warempel Parijs Roubaix.

In de zomer werd haar verhaal nóg mooier. De drie jaar die ze gesteld had om de Tour de France Femmes te winnen had ze niet nodig. Het lukte haar al bij haar eerste poging. En hoe! Op de voorlaatste dag sloeg ze meedogenloos toe op de Col de la Madeleine en in de slotrit over de Joux-Plane zette ze de puntjes op de i. Ze zorgde voor een grandioos feest in Frankrijk, al zorgden kritische geluiden uit het vrouwenpeloton over haar gewicht voor een smetje op de feestvreugde…